Updates ontvangen

E-Health

Als ik het woord E-health denk moet ik altijd denken aan strakke behandelschema’s met opdrachten die online gedaan worden. Of digitale face-to-face-contacten via de monitor; skypen met je hulpverlener, zogezegd. E-health klinkt als iets nieuws en persoonlijk hou ik erg graag aan mijn vaste gewoonten vast, dus nieuwe dingen; daar hoor ik liever niet van. Tenzij het op mijn pad valt, want ik voel me een star gewoontedier, maar de realiteit is dat ik me steeds van de ene nieuwe impuls in de andere aantrekkelijke verandering laat stuiteren. Soms doe ik dat bewust; evenzovaak overkomt het me gewoon. Misschien dat ik daarom helemaal warm en gelukkig wordt bij de gedachte aan regelmaat en gewoonten: eindelijk een rustpunt.

Maar goed. E-Health; innovatie, verandering, investering van tijd energie en geld. Hippe nieuwigheid en onzin, en heel ver van mijn bed. Zo voelt het. Maar eigenlijk zit dat vooral in mijn hoofd. Want welbeschouwd werk ik al met E-Health. Bij Stichting Uitblinkers gebruiken we bijvoorbeeld een online dossier waar hulpontvangers dag-in-dag-uit zelf in kunnen. Dat online dossier is een onderdeel van onze begeleiding: zo open en eerlijk mogelijk werken. Want mensen kunnen zelf echt overal bij. En dan ook overal; geen afgeschermde gebiedjes: elke letter die ik type kan worden gelezen door de ander. Alles wat ik upload kan worden gedownload. Eigenlijk redelijk vooruitstrevend en ook nogal revolutionair gezien het feit dat de mensen met wie we werken worden gezien als ingewikkeld en zo af en toe – hoe zal ik het eens zeggen? – als onvolwaardige gesprekspartners worden weggezet. Zo komt het bijvoorbeeld met enige regelmaat voor dat betrokken behandelaren van verschillende instanties een groot overleg over de hulpontvanger proberen te organiseren, zonder dat de hulpontvanger daarvan op de hoogte wordt gesteld. Samengevat: een gesprek organiseren zonder degene over wie het gaat. Echt waar? Ja, echt waar. Dat gebeurt nog steeds ‘gewoon’ (op een website zetten dat er transparant gewerkt wordt, betekent natuurlijk niet dat het ook echt zo is). Als je bestempeld bent als iemand met ingewikkeld gedrag, is dat vaak toch een beetje een vrijbrief om in je eigen hulpverlening op een zijspoor te gezet te worden (meer daarover in de blog vertrouwen). Overigens zal geen hulpverlener ooit hardop uitspreken dat de ander een onvolwaardige gesprekspartner is, maar kom op hè: Als je mensen niet uitnodigt voor een overleg over henzelf, is het wel duidelijk wat je er zo onder de oppervlakte eigenlijk van vindt. Ik vind het intrigerend om te zien wat er zoal gebeurt als er weer zo’n overleg wordt georganiseerd. Want wij worden, als betrokken hulpverleners, ook uitgenodigd voor zo’n overleg. En wij schrijven dat op in onze rapportage. In onze transparante rapportage. En die rapportage, die kan de betrokken hulpontvanger gewoon lezen. Dus daar staat zo’n team hulpverleners dan. Natuurlijk zeggen we dat dan wel even; dat mensen het in de rapportage kunnen lezen. Net zoals we uitleggen dat we niet in een overleg gaan zitten zonder dat de betrokken mens daar zelfs maar van weet (een hulpontvanger is toch vooral een mens, hè). Dan wordt zo’n overleg alsnog in openheid georganiseerd. Want als hulpverleners weten we natuurlijk heel goed hoe het hoort. Zoals we het ook heus wel weten wanneer we buiten de lijntjes kleuren. En zoals alle andere goedbedoelende mensen willen ook wij hulpverleners onze eigen onhandige acties uitgummen en het alsnog doen zoals het eigenlijk hoort. Niks menselijks is ons vreemd, dus vergeef het ons asteblieft. Zolang we tenminste verbetering laten zien.

Naast het feit dat onze eigen zorg door ons ‘open dossier’ transparanter en eerlijker wordt, wordt de zorg van andere berokken hulpverleners er dus ook gelijkwaardiger door. Dat is een winst die ik niet had voorzien! Nog voordat ik het idee zelfs maar heb willen omarmen, heeft E-Health voor mij zijn nut al in volle glorie bewezen. Er zijn vast ongekende digitale mogelijkheden die op allerlei vlakken een even ongekende positieve invloed hebben.

En nu terug naar de realiteit: De realiteit is dat wij met een doelgroep werken die grotendeels op of onder het minimuminkomen leeft. Verschillende mensen hebben geen eigen computer en weten ook niet hoe ze er één zouden moeten betalen. Verschillende mensen hebben een computer die op het punt staat volledig in elkaar te storten. En ze hebben geen idee hoe een reparatie te betalen of, erger nog – horror! –, een  hele nieuwe computer. Een aantal van onze mensen kunnen dus helemaal niet 24/7 in hun eigen dossier. Gaan deze mensen allemaal buiten de boot vallen als alles nog verder digitaliseert? Wie bedenkt met of voor hen een oplossing? En dan nog zo’n dingetje: tijdens mijn afgelopen negentien jaar hulpverlening bleken er steeds collega’s te zijn die zichzelf als digibeet bestempelen. In ieder team zat er minstens één; zo iemand die het liefste de aan-uit-knop van de computer niet wist te vinden. Een letter typen voelde voor hen als persoonlijke straf. Het is onvoorstelbaar hoe creatief mensen zijn in het ontwijken van leermomenten als ze in hun hoofd hebben zitten dat het ze nooit zal lukken. Het is een selffulfilling prophecy van heb-ik-jou-daar, natuurlijk. Als je de hele dag bezig bent met te roepen dat je niet weet hoe iets werkt, heb je in ieder geval zeker geen tijd meer over om het ook te leren. Dat heeft niks met vaardigheden te maken en alles met de eigen overtuigingen waar we ons als mens nu eenmaal aan vasthouden. Vaardigheden kun je leren. Een overtuiging veranderen, dan kan alleen maar als iemand zijn eigen gedachten uit wil dagen. Hoe krijg je dat in hemelsnaam voor elkaar, bij een collega en in de hectiek van de dag? Nog zo’n vraag waar ik geen antwoord op heb.

Ontwikkelen; daar heb je genoeg ruimte, middelen en overtuiging voor nodig. Dat geldt voor hulpontvangers net zo hard als voor hulpverleners. Onze hulpontvangers ontbreekt het vaak aan middelen of tijd. Collega’s missen soms de overtuiging. Ik ben benieuwd hoe we deze realiteit met elkaar aan gaan vliegen in alle plannen over digitale zorginnovatie. Het leuke is dat ik er over mee mag denken. Volgende week is er een werkconferentie van het ECP waar mensen zich precies over dit soort onderwerpen gaan buigen. En het leuke is: Ik mag mee! Die kans viel van de week zomaar op mijn pad 😊. Door het digitale medium twitter. Ik heb geen idee hoe we bovenstaande vragen op gaan lossen*. Maar er is ruimte, er zijn middelen en er is overtuiging.

We vinden er vast wat op.

# 42

* Werk jij ook in de zorg en voorzie je grote of kleine problemen bij het digitaliseren van jouw werkplek? Laat het me weten, dan kan ik jouw punten ook meenemen! maartje@interactiekracht.nl

Vond je dit interessant? Geef je op om Updates te ontvangen van nieuwe berichten! Dat kun je doen door aan de linkerkant je emailadres en je naam in te vullen.

Maartje Goverde is bestuurder van  Stichting Uitblinkers, een stichting waar mensen met psychiatrische- en gedragsproblemen ondersteuning krijgen. En waar al volgens de principes van Interactiekracht gewerkt wordt. Als psychiatrisch verpleegkundige heeft zij de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ‘ingewikkeld gedrag’ beter te kunnen helpen. Dit is ook waarom Stichting Uitblinkers is opgericht. Het boek ‘Interactiekracht’ komt in 2017 uit. In de loop van 2018 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook zorgprofessionals en managers en leidinggevenden. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde), twitter (@UitblinkersNL), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

 

 

Delen wordt zeer gewaardeerd!
Tweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on FacebookShare on TumblrPin on PinterestShare on Google+Email this to someonePrint this page

Reageren