Updates

Balans

Wij mensen zijn, zoals alle levende wezens, het liefst in balans. Dat we van alles precies genoeg hebben. Genoeg eten en drinken, genoeg rust, genoeg activiteit, genoeg gezelschap, genoeg liefde, genoeg erkenning, genoeg enzovoorts. Wat genoeg is, kan voor iedereen anders zijn. Het betekent in ieder geval niet te weinig, maar liever ook niet teveel. Van ‘teveel’ raken we ook uit balans; van teveel eten worden we te dik, van teveel rust worden we lui of depressief en van teveel erkenning worden we arrogant, bijvoorbeeld.  Da’s ook niet goed. Hoewel ik niet weet of er ook zoiets bestaat als een teveel aan liefde – dat hangt vooral ook af van de definitie van ‘liefde’. Maar dat is een discussie voor een andere keer.

‘Balans’ klinkt mogelijk als een simpel iets, maar in praktijk valt het nog niet mee. We leven nu eenmaal in een maatschappij die totaal niet op balans is gericht. Er is overvloed in zowel eten en drinken als bereikbaarheid van alle mogelijke voorzieningen (van supermarkt tot wellness tot porno tot studiemateriaal tot alle mogelijk hobby’s en verslavingen); alles is dagelijks of zelfs 24 uur per dag bereikbaar. De grenzen zijn een beetje weg. Vroeger werden de grenzen door onze wereld opgelegd. En nu moeten we het zelf doen. Je ziet dat goed terug in de opvoeding van kinderen: ze krijgen tegenwoordig veel en veel meer dan vroeger, gewoon omdat het er is. Vroeger konden ouders zeggen: ‘Nee, we kopen geen t.v.’. Omdat er geen geld voor een t.v. was. Of er überhaupt geen t.v. verkrijgbaar was. Nu hebben veel kinderen een eigen t.v. op de eigen kamer. Gewoon omdat het kan. Dat is meteen het lastige van balans: We hebben ruimte nodig om te kunnen groeien en we hebben grenzen nodig om te leren omgaan met beperkingen van zowel de wereld als die van onszelf. Als we teveel eten krijgen we buikpijn. Als we arrogant worden krijgen we kritiek. Als we teveel t.v. kijken…. Volgt er eerst heel lang niks (ofwel een t.v-kijkend / rustig kind) en dan vervolgens heb je een puber of volwassenen die zichzelf niet meer kan vermaken en die een concentratiespanne heeft van zo’n 30 seconden. Even kort door de bocht, maar daar komt het dan in de kern zo’n beetje op neer.

Vroeger (voordat de welvaart ervoor zorgde dat in ieder geval iedereen een koelkast, wasmachine, magnetron en uiteraard een t.v. had) was het probleem dat er tekorten waren. Mensen kregen kroep omdat er te weinig jodium in het eten zat, als ze überhaupt al genoeg eten hadden. Veel mensen hadden niet ‘genoeg’. Niet genoeg eten/drinken/kleding/ inkomen om echt volledig in balans te zijn. Nu is er genoeg van alles. Behalve genoeg grenzen. De wereld vertelt ons niet meer wanneer het ‘genoeg’ is; dat moeten we zelf doen. En dat is het  lastige. We houden van massale aanpak, zoals massaproductie en liefst ‘alles geautomatiseerd’, maar voor ‘balans’ en ‘grenzen’ gaat dat niet op. We zijn allemaal net een klein beetje anders. Wat voor mij te weinig of te veel is, is voor jou misschien precies genoeg. Waar ik van hou, dat vind jij misschien verschrikkelijk (en andersom). Om in balans te kunnen komen en blijven, is het nodig dat we onszelf kennen. Dat we weten:

  1. Hoe het is als we in balans zijn
  2. Wat we nodig hebben om in balans te zijn (wat is ‘genoeg’?)
  3. Op welke manier we uit balans raken

De kunst is dus te leren een antwoord te vinden op 1., 2. en 3.:

  1. Is het makkelijkst. Als we in balans zijn voelen we ons goed. We voelen ons vredig en krachtig. We hebben genoeg te eten, een dak boven ons hoofd en doen dingen waar we van kunnen genieten èn die gezond voor ons zijn èn we hebben genoeg afwisseling tussen activiteit en rust. Er zijn miljoenen nuances denkbaar, maar dit is het, basically.
  2. Als je weet hoe je bent en voelt, op alle fronten, als je in balans bent, weet je ook heel snel wanneer je uit balans begint te raken. Maar dan moet je dus eerst weten hoe het is om in balans te zijn, en velen van ons weten dat niet echt. Dus dit ligt wat moeilijker: Hoe weet je wat je precies nodig hebt? Dat is vooral een kwestie van uitproberen. Als je teveel verkeerde dingen eet, word je te dik. Als je ongelukkig wordt van je werk, doe je het verkeerde werk. Wat je dan moet doen? Ga dingen uitproberen net zo lang tot je iets vindt waar je diep van binnen echt gelukkig van wordt. Wat je fijn vindt en wat je nodig hebt voor balans zijn niet altijd hetzelfde; dat is het lastige. Inmiddels weet ik van mezelf bijvoorbeeld dat ik me beter voel als ik op tijd naar bed ga. Maar laat opblijven vind ik fijner, dus dat doe ik regelmatig. Waardoor ik de volgende ochtend dan eigenlijk te moe ben om mijn bed uit te komen. Maar als ik langere tijd op tijd naar bed ga, voel ik me van binnen sterker en vrediger. Dus wat ik fijn vind, is niet persé waar ik van in balans raak. Da’s dus een hint: in balans zijn is wat anders dan je impulsen altijd maar volgen. Helaas.
  3. Hoe beter je weet op welke manier je uit balans raakt, hoe eerder je het in de smiezen hebt als je de verkeerde kant op kabbelt met je leven. De ene persoon gaat steeds harder rennen, de andere juist steeds minder hard. Weer een ander zoekt steeds meer mensen om zich heen op; een ander isoleert zich meer. Of gaat meer eten. Of krijgt vreemde gedachten. Of gaat steeds meer op in een computerspel of surfen op internet. Als je maar lang genoeg uit balans bent, worden de klachten sterker. Iemand krijgt bijvoorbeeld lichamelijke klachten. Of wordt emotioneler. Of agressiever. Of gaat dingen horen of zien die er niet zijn. Enzovoorts, enzovoorts.

Om erachter te komen hoe je in balans kunt komen of juist uit balans raakt, moet je eerlijk naar jezelf kijken. Ook naar de minder fraaie kanten. Er is geen andere manier. Natuurlijk helpen andere mensen ons daarbij. We krijgen te horen dat we dik worden, of dat we zo vervelend doen, of dat men ons nooit meer ziet, of dat anderen zich zorgen maken, of last van ons hebben. Allemaal manieren om ons te laten weten dat er iets uit balans is. Om het extra ingewikkeld te maken, kan het natuurlijk ook zo zijn dat die ander uit balans is en gewoon niet naar zichzelf kan kijken. Dat komt voor. Een goede vuistregel is: als je van meerdere mensen hetzelfde hoort, dan zou het zomaar kunnen dat je inderdaad uit balans raakt op de manier die zij zeggen.

Mensen met ingewikkeld gedrag zijn uit balans. Allemaal. Mensen die in balans zijn, vertonen namelijk geen ingewikkeld gedrag. Mensen die in balans zijn, zijn stabiel in hun emoties, gedachten en gedrag. Mensen die helemaal in balans zijn, hebben ook geen psychiatrische klachten. Psychiatrische klachten zijn per definitie een uiting van disbalans. Hoe iemand zo ver uit balans heeft kunnen raken dat-ie toe is aan een diagnose, dat is vaak een complex geheel van invloeden uit de omgeving, hoe diegene zelf in elkaar zit en hoe die twee elkaar over en weer versterken of juist verzwakken. Daar zijn zoveel dingen op van invloed, dat je niet zomaar één ding aan kunt wijzen. Maar blijft overeind dat psychiatrische symptomen een vorm zijn van disbalans. Ernstige disbalans; dat wel. Psychiatrische klachten zijn vaak zo heftig dat het in het dagelijks leven een grote storende factor is. Dus is het belangrijk om die klachten zoveel mogelijk te verminderen. Dat kan door de klachten zelf te verminderen, zoals we doen met medicatie of allerlei behandelingen. Dat is nodig en handig om zo snel mogelijk weer deel te kunnen nemen aan het leven. Dat is belangrijk. En daarnaast kunnen mensen hun leven beter op de rit houden door te weten wat hen in balans houdt. Dat betekent dat wij hen kunnen helpen te onderzoeken wat ‘balans’ voor deze persoon betekent. Dat is een langere weg met meer onzekerheden. En er is meer aandacht nodig voor wie deze persoon is en waarom het zo allemaal is gelopen in zijn leven. En tegelijkertijd: Iemand helpen zijn basis voor balans te vinden, is één van de meest effectieve manieren om mensen voorgoed te helpen herstellen van hun psychiatrische beeld. Iemand die eenmaal heeft kunnen voelen hoe het is om (meer) in balans te zijn, zal er veel aan doen om dit zo te houden of snel weer terug te krijgen. Mensen zijn niet gek, hè. We voelen ons nu eenmaal het best als we in balans zijn.

13

Vond je dit interessant? Geef je op om Updates te ontvangen van nieuwe berichten! Dat kun je doen door aan de linkerkant je emailadres en je naam in te vullen.

Maartje Goverde is bestuurder van  Stichting Uitblinkers, een stichting waar mensen met psychiatrische- en gedragsproblemen ondersteuning krijgen. En waar al volgens de principes van Interactiekracht gewerkt wordt. Als psychiatrisch verpleegkundige heeft zij de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ‘ingewikkeld gedrag’ beter te kunnen helpen. Dit is ook waarom Stichting Uitblinkers is opgericht. Ze hoopt zo bij te kunnen dragen aan het versnellen van een evolutie die al gaande is. Een evolutie naar een nieuwe GGZ en liefst ook een nieuwe maatschappij waarin iedereen mee kan doen.  Het boek ‘Interactiekracht’ komt in 2017 uit. In de loop van 2018 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook zorgprofessionals en managers. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde), twitter (@UitblinkersNL), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

 

Reageren