Updates

Dag #36

Inzicht. Daadkracht.

Communicatie kan me mateloos fascineren. Er zijn zoveel manieren en zoveel verschillende lagen in contact met anderen, dat de mogelijkheden om met succes – of juist kansloos – je boodschap te brengen, eindeloos lijken. Communicatie is een ingewikkeld iets, maar zodra mensen kunnen praten, denken we dat ze ook in staat zijn om te vertellen wat ze daadwerkelijk te zeggen hebben. Dat ze alles wat ze willen, ook kunnen verwoorden. Dat is niet zo. Ten eerste: woorden vinden om goed te beschrijven wat er in ons gebeurt, is moeilijk. Een gebeurtenis navertellen kunnen de meesten van ons met redelijk gemak, maar woorden geven aan onze diepste gevoelens, intenties en verlangens; dat is niet iedereen gegeven. Bij het vertalen van gevoel naar woord gaat al een hoop informatie verloren. Ten tweede: als we meer persoonlijke dingen vertellen, zoals gevoelens of een mening, raakt dat iets in ons binnenste. We laten een klein stukje van onszelf zien en dat maakt ons een beetje kwetsbaar, want wat jij uitspreekt kan een ander veroordelen. Niet iedereen voelt zich daar goed bij. Ik ken mensen die helemaal niks durven zeggen; nog niet of ze een kleur mooi vinden, of een film of boek. Als je je uitspreekt kan iemand iets van jou gaan vinden, en dat kan eng zijn.

Je mening geven of iets vragen: het betekent eigenlijk dat je ergens voor moet gaan staan; dat je iets in de wereld neerzet, terwijl nog volkomen onduidelijk is wat de reactie van anderen gaat zijn. Wie weet zal men proberen je met de grond gelijk te maken; je weet het zomaar niet, hè. Wij mensen zijn kuddedieren en liefst steken we onze kop niet al te ver boven het maaiveld uit – een enkele uitzondering daargelaten. Het is ook allemaal niet zo heel erg, want we hebben betere dingen te doen in ons leven dan de hele tijd bezig te zijn met de vraag of we wel genoeg voor dingen gaan staan. Logisch; we willen ook gewoon een beetje relaxt kunnen leven.

Tegelijkertijd is er ook een risico, want als we niet echt voor iets gaan staan, hoe weten we dan waar we heen moeten? Moeten we naar we links of naar rechts of zelfs rechtdoor? Waar vinden we onze houvast voor de onvoorziene momenten waar we zo af en toe door overvallen worden? En hoe weten we of we het ‘goed’ doen? Wij mensen zijn, naast kuddedieren, ook heel creatief, dus daar hebben we wat op gevonden: de wet- en regelgeving. Protocollen en richtlijnen. Geniale uitvinding: leg vast op papier hoe je om kunt gaan met moeilijke situaties, en in tijden van nood heb je altijd iets om op terug te vallen. Echt: geniaal. Want in tijden van heftige gebeurtenissen is het gewoon ook echt fijn om terug te kunnen vallen op een stappenplan dat je kunt volgen, zodat je je energie kunt gebruiken om te verwerken wat er nou eigenlijk gebeurt. Het geeft rust en houvast en dat is heel prettig, zeker middenin een chaos.

Ik weet niet wie diegene was, die duizenden jaren geleden besloot de eerste afspraak of regel op te schrijven, maar ik ben er van overtuigd dat hij of zij de gevolgen niet helemaal kon overzien. Het punt is dat wij mensen veel van duidelijkheid houden – de meesten van ons in ieder geval. Als we iets met elkaar afspreken, dan moeten we het ook doen, vinden we. En als het op papier is vastgelegd, dan geldt dat nog meer, want dan is het extra belangrijk. Dan staat het zwart-op-wit en moet wel heel gewichtig zijn. Dat hoeft natuurlijk niet echt zo te zijn, weten we heus wel, maar het voelt wel zo. En dus houden we goedmoedig vast aan de dingen die beschreven staan. Het begon met de allereerste regel een paar duizend jaar geleden, en het is nog steeds zo. Het lastige is: zo door de eeuwen heen zijn er heel wat regels en wetten en richtlijnen bij gekomen. Het was niet de bedoeling, maar soms is het gewoon prettig om op papier na te kunnen kijken wat je moet doen in tijden van nood. En ‘nood’ is een heel ruim begrip. Het kan gaan om een natuurramp, maar ook om een uit de hand gelopen verschil van visie over waar het hek van de buren precies had moeten staan. We zijn maar al te blij met zo iemand als de rijdende rechter die, wetboek in de hand, uitkomst kan bieden. Lang leve de regels! Ze geven gewoon zo lekker houvast, hè.

Inmiddels zitten we met elkaar gevangen in een web van voorschriften en wetten en richtlijnen die met elkaar schuren en wringen en soms regelrecht met elkaar in gevecht zijn. Hele dossiers leggen we aan om er nog een logica in te vinden en de gevolgen te tackelen. Er is zelfs een woord voor: bureaucratie. Ook mijn wereld – de zorgwereld – staat bol van de regels en richtlijnen die zich zo in ons systeem hebben vastgezogen dat we er niet meer van los komen. Zelfs niet als we zeggen er last van te hebben. Zelfs niet als de overheid ons stimuleert. Hoe vast we er onszelf precies aan vastklampen, realiseerde ik me van de week pas toen ik een artikel las over de regelzucht in onze zorg.

Mensen zijn gewoontedieren en daarnaast houden we niet van onveiligheid. Onze regels en richtlijnen geven ons houvast en de zekerheid dat we het ‘goed’ doen, zelfs als we er last van hebben, en het eigenlijk maar een schijnveiligheid is. Ik snap ons wel.

Als ik naar mijn de ontwikkelingen in mijn vak kijk, voorzie ik een enorme toename aan bureaucratie. Er komt een wet aan die, met alle goede bedoelingen, de intentie heeft om ons op de werkvloer te helpen ons werk vorm te geven. Echte goede bedoelingen. En toch zullen die paar regels in het wetboek zorgen voor een enorme toename aan regels en richtlijnen op de werkvloer, en waarschijnlijk uiteindelijk ook vanuit financiers om extra checklists en afvinklijstjes vragen.

Ik denk dat het tijd is voor een nieuw soort zorg: eentje waar we onze houvast durven vinden in onszelf. Waarin we durven te kijken naar waarom we nou eigenlijk doen wat we doen, ook als het lastig is en we alleen verder komen als we daadwerkelijk eerlijk en open en kwetsbaar durven zijn. Dat vraagt om een enorme aardverschuiving in visie en ook houding; een ware paradigmashift. Ik ken mensen die al zien wat nodig is. Ze zijn nog in de minderheid en er wordt nog maar voorzichtjes fluisterend over gesproken; de visie is er maar de houding moet nog doorontwikkelen. We komen er ongetwijfeld een keer. Of het op tijd zal zijn om de regieverpleegkundige uit de wet BIG-2 te verwijderen betwijfel ik ten zeerste, maar hoopvol droom ik nog even door.
En hoe dan ook: als we straks zover zijn, weten we nu in ieder geval vast waar we tegen die tijd kunnen beginnen met schrappen 😉

Vond je dit interessant? Geef je op om onze reis te volgen! Dat kun je doen door links in de zijbalk of  in de pop-up je emailadres en je naam in te vullen (als je het bericht hebt weggeklikt, klik dan op een willekeurige blog om het weer te zien).

Als psychiatrisch verpleegkundige heeft Maartje Goverde de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ingewikkeld gedrag effectiever te kunnen steunen op hun reis naar een volwaardig leven. Inmiddels voert ze campagne voor een hoopvolle toekomst voor mensen die hun vertrouwen zijn verloren. Ze is bestuurder van Stichting Uitblinkers, welke is opgericht als onderdeel van haar expeditie naar een nieuwe manier van hulpverlenen, en liefst ook naar een nieuwe maatschappij; eentje waarin iedereen meetelt. Het boek ‘Interactiekracht’ is in de maak. In de loop van 2019 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook professionals in de zorg, leidinggevenden en mantelzorgers. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde ), twitter (@MaartjeGoverde), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

Reageren