Updates

De kracht van interesse

Sommige mensen vergeet je niet als hulpverlener. Omdat ze zo’n duidelijk voorbeeld zijn van iets. Van succesvolle hulpverlening, of juist van falende. Van echt contact of juist gebrek daaraan. Van zo’n mooie persoonlijkheid, of juist niet. Van toegelaten worden bij intieme, persoonlijke momenten in iemands leven, of juist altijd buitengesloten worden. Of van het gegeven dat dingen soms heel anders zijn dan het in eerste instantie lijkt. Johnny is zo’n jongen.

Johnny was een jongen van 16 en opgenomen in de jeugdGGZ met gedragsproblemen. Toen ik terug kwam van vakantie was hij er ineens, en nog voordat ik ‘m zag was ik al uitvoering bijgepraat. Het was moeilijk contact te krijgen met Johnny en hij hield er nogal vreemde ideeën op na. Hij had een vrij uitgesproken beeld over hoe de wereld aangepakt moest worden. Het waren wat afwijkende ideeën, zal ik maar zeggen. Mijn collega’s noemden het meestal vooral ‘gestoord’. Wat me steeds verteld werd, was de overtuiging van Johnny dat de wereld toe was aan een Enorme Ramp. Men was er vol van. En het was natuurlijk inderdaad een vrij heftig statement.

Ik leerde Johnny kennen als een norsige jongen die inderdaad niet zat te springen om contact met – alweer – een goedbedoelende hulpverlener. In tegenstelling tot de indruk die ik uit de verhalen kreeg, stond hij niet meteen paraat met een verhaal over grootschalige rampen. Er kwam sowieso niet zoveel uit. Tot we door een aantal praktische omstandigheden ineens een paar dagen met elkaar opgescheept zaten. In de loze momenten tussen regelzaken door ontstond een soort van contact. Ik mocht vragen stellen en Johnny gaf antwoord. Steeds een beetje uitgebreider antwoord. Tot we op een rustige zomermiddag in de tuin zaten, niemand anders in de buurt. Uit het niks zei Johnny plompverloren: ‘Ik denk dat het goed is als er een enorme ramp gebeurt.’ Daar was-ie dan, die beruchte uitspraak. ‘Goh…’ probeerde ik nog, maar Johnny keek alweer zwijgend naar de grond. Het leek inderdaad nogal vreemd. Waarom zegt zo’n jongen dat? Dus vroeg ik: ‘Waarom dan?’. Verrast keek Johnny op en voor het eerst keek hij me recht aan. En kon ik zijn ziel zien. Een open wond.

Dat was alles wat Johnny nodig had. Interesse. Hij begon te vertellen. Over alle narigheid in de wereld die op hem af kwam. Persoonlijk leed uit zijn eigen geschiedenis, maar vooral toch leed uit de hele wereld. En dan met name de manier waarop men in het westen vooral bezig is met eigen gewin. De rijken die rijker willen worden. De armen die steeds meer aan het kortste eind trekken. Oorlogen die gestart worden om de olie-winsten de eigen kant op te kunnen sturen. Het was vooral de oneerlijkheid waar hij last van had. Het ikke-ikke-ikke-niveau. ‘… en op school heb ik geleerd dat er na de tweede wereldoorlog veel meer solidariteit was,’ zei Johnny, ‘dus als er nou een Enorme Ramp komt, dan wordt alles als het ware weer gereset. Dan snapt iedereen weer dat het eerlijker moet en dan wordt alles opnieuw verdeeld, net als na de tweede wereldoorlog.’. Er zat logica in. Niet dat we een Enorme Ramp willen, natuurlijk, maar zijn redenatie was goed te volgen. Is het dan nog gestoord? Johnny kon ook goed volgen dat een ramp niet is wat we willen. Minder duidelijk was dat er andere wegen zijn. ‘Welke dan?’ een glimpje hoop sloeg vragend onder zijn wimpers vandaan. Ik zag een kwetsbaar kind dat alle narigheid in de wereld niet kon verdragen en een oplossing nodig had. En een hele goeie vraag stelde: Welke dan? Ik had geen oplossing. In ieder geval niet één waarmee de hele wereld gereset kan worden.

Het gaf natuurlijk mooie aanleiding om het te hebben over omgaan met leed en andere moeilijke dingen. Dat gesprek mocht ik voeren; Johnny stond het toe. Voorzichtjes. Eén vraag of opmerking tegelijk. En pas nadat ik eerlijk had gezegd dat ik de oplossing ook niet had. Maar dat een Enorme Ramp ook niks is. Er is geen snelle oplossing. Dat we alleen kunnen proberen de wereld stukje bij beetje te veranderen en dat het ondertussen de kunst is om te blijven zien dat er ook mooie dingen in de wereld zijn. Anders worden we gek. Johnny was niet dom; hij snapte heel goed waar ik het over had. Niet dat dat voor hem zijn last verminderde, maar hij snapte het best. Ik werkte destijds maar twee dagen per week; Johnny en ik zagen elkaar niet zo veel. Maar als ik er was zocht hij me op; kwam vertellen hoe het ging, waar hij tegenaan liep. Kwam vragen wat ik er van vond en wat ik zou doen in zijn plaats. Is dat gestoord?

Ik vond Johnny helemaal niet zo vreemd. Wat is er mooier dan iemand die zich oneerlijkheid aantrekt? Die zelf oplossingen probeert te bedenken en dat nog durft te delen met anderen ook? Die daarover in gesprek kan zijn en nadenkt over wat je zegt?

Je wordt niet zomaar opgenomen in de jeugdGGZ, natuurlijk. Er was echt wel wat aan de hand; Johnny had zijn leven niet op de rit; gedoe op school, gedoe met zijn ouders, eenzaamheid. Mensen vonden het moeilijk echt contact te maken met Johnny. Aan de andere kant: Als de mensen om je heen je raar vinden en geen contact met je kunnen maken, loop je vanzelf vast. Geen vrienden meer, gedoe met je familie en op school. Precies zoals bij Johnny was gebeurd.

Eén vraag had hij nodig; dat was alles. Een vraag om los te komen en daarna oprechte interesse en oprecht meedenken om contact te blijven houden. Is dat teveel gevraagd? Of zijn we in de GGZ zo gewend om alles te bekijken vanuit stoornissen dat we niet meer herkennen als een puber nog niet helemaal ontdekt heeft hoe hij zijn gedachten op een laagdrempeliger manier kan uiten?

Vastlopen gaat stukje bij beetje en kost tijd. Eenmaal vastgelopen is het nog wel een even lange weg terug. Hoe snel dat gaat, dat hangt toch vooral ook samen met hoe wij hulpverleners contact maken. Jongeren (en volwassenen) zoals Johnny hebben vooral een helpende hand nodig in contact. Leren om je te uiten is net als leren lopen: en kwestie van heel veel doen. En dan in een omgeving waar je niet al te hard afgewezen wordt als je valt. Wij hulpverleners kunnen en mogen die omgeving zijn. Wij mogen er in elk contact voor kiezen om nieuwsgierig te zijn, interesse te tonen, mee te denken, op te vangen.

We hoeven het alleen maar te willen. Hoe mooi is dat?

# 55

 

Vond je dit interessant? Geef je op om Updates te ontvangen van nieuwe berichten! Dat kun je doen door aan de linkerkant je emailadres en je naam in te vullen.

Maartje Goverde is bestuurder van  Stichting Uitblinkers, een stichting waar mensen met psychiatrische- en gedragsproblemen ondersteuning krijgen. En waar al volgens de principes van Interactiekracht gewerkt wordt. Als psychiatrisch verpleegkundige heeft zij de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ‘ingewikkeld gedrag’ beter te kunnen helpen. Dit is ook waarom Stichting Uitblinkers is opgericht. Ze hoopt zo bij te kunnen dragen aan het versnellen van een evolutie die al gaande is. Een evolutie naar een nieuwe GGZ en liefst ook een nieuwe maatschappij waarin iedereen meetelt.  Het boek ‘Interactiekracht’ komt in 2017 uit. In de loop van 2018 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook professionals in de zorg, leidinggevenden en mantelzorgers. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde), twitter (@UitblinkersNL), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

 

 

4 reacties op De kracht van interesse

  • Peter Stolk

    Prachtig wat ik lees. Johnny is misschien anders als de norm, maar ik kan ná dit verhaal(tje) al zeggen: ik mag die Johnny wel, en zijn behandelaar ook. Interesse tonen, meedenken. Verder kijken dan je neus lang is en niet meteen oordelen, stempel op (in dit geval) johnny plaatsen. Johnny, dat jij veel goeds op je levenspad zal mogen ontvangen (en Maartje ook) Hoe mooi is dat?

    • Maartje

      Mooi dat je dat zegt; ik kom zo ongelooflijk veel mooie mensen tegen in mijn werk; die mogen allemaal in hun kracht gezien en erkend worden! En dank voor de mooie wensen 🙂

  • jan kop

    Goed en mooi onder woorden gebracht Maartje

Reageren