Updates

Doen wat nodig is

‘Gewoon doen wat nodig is’. Dat zeggen we vaak hè; dat we gewoon moeten doen wat er nodig is; niet meer en niet minder. In elk beleidsplan met enig vuur komt het terug. En ik ben het er he-le-maal mee eens! ‘Doen wat nodig is’ scheelt tijd en geld en onnodig inzetten van niet-passende zorg, dus win-win-win-situatie; fantastisch dus; ik ben vóór! En dan toch ook even een realiteitscheck: Wie bepaalt wat er nodig is?

Vanaf de transitie in het sociaal domein schrijven beleidsplannen vol enthousiasme over ‘zelfregie’, ‘eigen kracht’ en ‘zelf-‘of ‘samenredzaamheid’.  De burger mag weer zelf gaan bepalen. Yay!

Behalve dan als die burger ingewikkeld in elkaar zit; dan is het nog maar de vraag wie er bepaalt. Als je veel meemaakt in je leven doet dat wat met je binnenste en dus ook met je gedrag. Mensen die een trauma meemaken, groot of klein, krijgen de boodschap: ‘jij doet er niet toe’. Mishandeling of seksueel misbruik? ‘Jouw gevoel telt niet; jouw grenzen doen er niet toe.’ Financieel opgelicht worden? ‘Jouw belang doet er niet toe.’ Een natuurramp of oorlog: ‘Jij bent klein en nietig; jij doet er niet toe.’ Gepest worden? ‘Jij telt niet mee.’ De stille maar diepe overtuiging dat ze niet daadwerkelijk meetellen in dit leven; dat is de basis van veel mensen in de (jeugd)ggz.
En dan komen wij, professionals, om de boel op de rit te zetten. Met al onze goede bedoelingen, protocollen, strakke tijdschema’s en (financiële) agenda’s. Gaan we aansluiten of een protocol doorduwen? Gaan we de ander ondersteunen in het zelf keuzes maken, of kiezen wij ervoor om te bepalen wat de ander op dit moment nodig heeft? Hoe vaak durven we daadwerkelijk van onze eigen planning af te wijken om de behoefte van een ander te volgen? Hoeveel ruimte hebben we om überhaupt een gesprek uit te laten lopen als die ander er even helemaal doorheen zit?

Kom op hè mensen, laten we mekaar geen watje noemen: we weten allemaal duizend situaties te bedenken waarin we even onze eigen agenda er doorheen moesten jassen omdat die evaluatiebespreking nu eenmaal maar een krap uur duurde, of omdat we dat verslag voor die aanvraag rond moesten breien, of die specifieke stap in dat ene protocol moesten volgen. Er zijn duizend redenen waarom we soms even doordouwen, ook als dat die ander helemaal niet uitkomt op dat moment. Zo is het leven soms. Onze tijd en mogelijkheden zijn beperkt en we kunnen niet meer doen dan ons best. En tegelijkertijd: hoe kunnen we ooit bereiken dat iemand zijn eigen keuzes weer durft te maken, als wij onze agenda’s structureel belangrijker maken dan die van de ander?

Achttien jaar was ze: van jongs-af-aan mishandeld en misbruikt. Te oud voor de jeugdzorg op straat beland, en bij gebrek aan beter bij de eerste de beste vent in getrokken; niet een hele gezonde relatie. Maar ja, wat moet zo’n meid – een kind nog – anders? Volkomen klem zat ze. Zelfbeschadiging, suïcidaliteit, emotieregulatie en agressieproblematiek; het komt allemaal wel ergens vandaan. Wie laat haar daadwerkelijk helpen ervaren dat zij er toe doet? Dat ze haar eigen keuzes mag maken? Wie geeft haar de ruimte om echt haar eigen weg te zoeken, met de boodschap: ‘Jouw gevoel doet er toe. Jij mag bepalen hoe jouw leven eruit gaat zien’? Opgeslokt door wachtlijsten, crises en gestructureerde trainingen werden zij en ‘haar’ professionals geleefd door de waan van de dag.

‘Doen wat nodig is’.  Dat betekent ook aansluiten en ruimte maken, tijd creëren die er eigenlijk niet lijkt te zijn. Zodat zo’n kind kan gaan ervaren dat ze er wèl toe doet. Dat haar leven belangrijk genoeg is, op dat moment, om tijd voor te maken. Dat zij als individu mag bestaan. Als mensen daadwerkelijk weer voelen dat ze er toe doen, maken ze zorgvuldiger keuzes; gaan ze  hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Op lange termijn gaat dat oneindig veel leed schelen. En inzet van nog meer zorg. En dus ook geld.

Kijk, we houden in onze maatschappij natuurlijk wel van meetbaarheid, dus dat is dan wel even een dingetje. Want zelf je weg zoeken, dat betekent fouten maken, en bijvoorbeeld met je school stoppen, of je baan verliezen, of schulden maken. Tijdelijk, natuurlijk, want mensen zijn niet gek, en als ze hun neus een keer stoten stellen ze hun keuzes echt wel bij – als ze tenminste de ruimte krijgen om hun weg te zoeken (met de nadruk op zoeken – en niet ’meteen moeten vinden’). Maar in onze meetbare zorgstaat is het de vraag is of wij hulpverleners en financiers dit aandurven. Want hoe moeten professionals aan het wijkteam, het zorgkantoor of de verzekeraar uitleggen dat iemand met school is gestopt, zijn werk kwijt is of schulden heeft gemaakt. ‘Het gaat alleen maar slechter!’ zal er mogelijk geroepen worden, en ‘we moeten wat anders gaan doen!’ En in hoeverre durft een wijkteam of verzekeraar erop te vertrouwen dat iemand zijn weg wel gaat vinden, en dat die professional wel weet wat-ie doet? Kunnen we er nog op vertrouwen met elkaar dat het leven een zoektocht is dat nu eenmaal met pieken en dalen verloopt?

Zelfregie, dat betekent dat je je eigen weg mag zoeken, en onderweg leren wat je eigen grootste valkuilen zijn, en hoe je die kunt ontwijken. Leren dat je met school of werk kunt stoppen en het vervolgens toch ook weer oppakt, omdat het alternatief ook niet zo fijn blijkt te zijn. Dat je de tijd en de ruimte krijgt om je eigen overtuigingen naast die van een ander te leggen. Dat je eigenwijs mag zijn, en kritisch, en opstandig, en dat je dan leert dat je toch nog steeds verantwoordelijk blijft voor je eigen keuzes – en genoeg de moeite waard bent om steun te krijgen bij het oprapen van de brokstukken om opnieuw te beginnen; iets ouder en wijzer geworden. Mensen leren om zelf de regie over hun leven te voeren, begint bij het maken van keuzes – ondanks de problematiek. Leren om te roeien met de riemen die er zijn en eigen keuzes uit te proberen, ondanks de diagnose(s). Ook wij zorgprofessionals hebben zo onze weg nog te zoeken, met vallen-en-opstaan, met elkaar, met die ander – om wie het uiteindelijk draait – om in dit systeem te kunnen zien wat nodig is. Laten we elkaar vooral een handje helpen en de zoektocht samen aangaan. Ik wens vurig dat we altijd nieuwsgierig blijven naar elkaars motivatie, naar elkaars visie en juist vooral ook naar die ene mens die we proberen te helpen. Zodat die kan leren zijn of haar eigen weg te zoeken.

Want ‘Doen wat nodig is’ – dat is nog helemaal niet zo gewoon.

Vond je dit interessant? Geef je op om Updates te ontvangen van nieuwe berichten! Dat kun je doen door aan de linkerkant je emailadres en je naam in te vullen.

Als psychiatrisch verpleegkundige heeft Maartje Goverde de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ingewikkeld gedrag effectiever te kunnen steunen op hun reis naar een schitterend leven. Inmiddels voert ze campagne voor een hoopvolle toekomst voor mensen die hun vertrouwen zijn verloren. Ze is bestuurder van Stichting Uitblinkers, welke is opgericht als onderdeel van haar expeditie naar een nieuwe GGZ en liefst ook een nieuwe maatschappij; eentje waarin iedereen meetelt. Het boek ‘Interactiekracht’ is in de maak. In de loop van 2019 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook professionals in de zorg, leidinggevenden en mantelzorgers. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde), twitter (@UitblinkersNL), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

 

Reageren