Updates

Een beetje verliefd

Dit was het dan. Afgerond. Mensen met wie je zo intensief hebt samengewerkt, die je toe hebben gelaten tot al het lief en leed dat hen overkwam, een kijkje in hun persoonlijke hel hebben gegund en daarbij hebben durven uitspreken, nauwelijks, dat ze ook nog dromen hadden. Hoop voor de toekomst. Ondanks alles. Samen; ondanks alles. En nu waren we klaar. Ze hadden het super goed gedaan. Alle stront in hun leven-van-nu in de ogen gekeken en waar nodig aangepakt. Allebei op hun eigen manier. Soms botsend, soms ontwijkend, soms samen en hoe dan ook altijd in beweging.

Een flashback van toen: Zij: een bang vogeltje, hard haar best aan het doen om te bewijzen dat ze heus wel wat wist en kon, bang voor haar eigen verwachting nu dan toch een keer gezien te worden. Vanonder haar donkere krullen, die ze af en toe gedreven uit haar gezicht veegde, stroomde een beekje van hoop subtiel maar duidelijk de kamer in. En hij: afwachtend, nog net niet alvast afwijzend, met indringend felle ogen die soms recht in mijn ogen keken. Maar soms ook de hare zochten. En meestal de vloer of de muur. Schijnbaar ongeïnteresseerd maar ondertussen werd alles wat werd gezegd, gehint en uitgestraald, opgezogen als een spons. Er lag een deken van verdriet en wanhoop in de ruimte, ondanks de sprankjes hoop. We gingen aan de slag; wij met elkaar.

Ik mocht met hen meedenken. Meezoeken naar hun weg; ik als aandrager van ideeën en ervaringen: ‘Zie je wat er hier gebeurt? Is dat wat je wilt, samen, of liever iets anders?’ of ’Waarom heb je dat op die manier gekozen?’ of ‘Als je dit hier aanpakt, krijg je daar verderop die reactie. Dat is prima, maar wil je dat zelf ook?’ of ‘Als je daar zo’n last van hebt, dan kunnen we zoeken of er een behandeling voor is.’ En zij met z’n tweeën steeds kiezend, regie voerend: ‘Hier willen we verder op ingaan.’ of ‘Dat ligt aan hem; ik word er niet goed van. Hoe kan ik hem veranderen?’ of ‘Zij doet altijd zo moeilijk. Ik word er niet goed van. Hoe kan ik haar veranderen’ of ‘Ik wil het niet meer, laat ons maar even…’ om even later de draad weer op te pakken met de vraag ’Ben je er nog? Er is iets gebeurd; kun je helpen?’ Soms peddelde zij hun bootje naar rechts terwijl hij het naar links probeerde te voeren. Of andersom. Soms ook, steeds vaker, gingen ze samen recht vooruit. Snel, steeds sneller. ‘Ik weet niet of ik dit nog wil’ zeiden ze in het begin soms bijna in koor, los van elkaar en alleen als de ander er niet bij was. Het mocht. Er was ruimte voor twijfel, voor verschillen van mening, van gevoel, van ideeën, van oplossingen. Alles was goed zoals het ging, want er was steeds beweging en steeds contact. Zolang mensen in beweging blijven komen ze er wel. Zelfs als ze even de verkeerde kant op bewegen.

Ik dacht terug aan de start. ‘Zoveel uur per week?!’ riep haar behandelaar geschrokken toen ik hem inlichtte over de start van onze begeleiding ‘Dat is veel te veel; er komt alleen maar zorg bij zo. Dat kan niet bij deze problematiek; daar moet je juist zo min mogelijk inzetten.’. Zijn afkeer was onontkoombaar. En: ‘Dat moet je helemaal niet meer willen. ’ zei zijn behandelaar met een soort betuttelende arrogantie ‘Weet je hoeveel diagnoses die man heeft? En hoeveel zorg er al is geweest? En deze man is al halverwege de 40; dat wordt niks meer jôh. Da’s trekken aan een dood paard.’ De man klonk oprecht tevreden over zijn eigen kennis en kunde. Plaatsvervangende schaamte kroop als rode kleur naar mijn wangen. Waren dat nou professionals? Was dat nou die geweldige specialistische GGZ? Hoe het ook zat, ik twijfelde geen seconde aan mijn eigen inschatting. Ik had deze twee mensen goed in hun ogen gekeken en gezien welk vuur onder de oppervlakte danste om tot uiting te mogen komen. Ik had gezien welke vonken oversprongen tussen die twee. Genoeg om het vuur voor zes levens aan te wakkeren. Dus zeker voor twee. Daarnaast hadden de behandelaren onderling niet eens contact gehad om af te stemmen. Dat deden ze niet, want het was individuele behandeling. Wat ik bijzonder vond, gezien het feit dat er sprake was van relationele problematiek en het feit dat beide behandelaren voor dezelfde organisatie werkten en, nog bedroevender, vanuit hetzelfde gebouw. Ik heb het nog een paar keer geprobeerd, maar er was niet doorheen te komen. Dus lieten we de behandelaren maar voor wat ze waren en gingen aan de slag.

En nu, nog geen twee jaar later, sloten we af. Wij als laatste; alle andere hulpverlening was inmiddels succesvol afgesloten. En ook wij sloten succesvol af. Twee mensen die uit een enorme chaos en overdaad aan ellende waren voortgekomen om vervolgens aan elkaar vast te klampen en de ellende voort te leven zoals ze die hadden geleerd. Om vervolgens zichzelf opnieuw uit te vinden; ieder voor zich en samen. Als een soort Phoenix was het hen gelukt om samen als nieuwe versie van zichzelf boven de as van al hun eigen vroegere ellende uit te stijgen en een nieuw en fijner leven te creëren. Ik had daarbij mogen ondersteunen. Maar ze hadden het toch echt zelf gedaan. Ze hadden hun eigen route gekozen. En met succes. Alle levensgebieden op de rit. Allemaal. En meer dan dat: onderweg waren ze een hecht team geworden, met elk een hele eigen rol; elkaar aanvullend en corrigerend en vooral: versterkend.

Ik keek naar de mensen voor me. Het team. De twee-eenheid vol kracht en mogelijkheden die ze waren geworden. Ik was (en ben) oprecht trots op wat ze bereikt hadden. En op zo’n moment ben ik een beetje verliefd. Op de kracht die mensen ondanks hun ellende in zich hebben om zichzelf te ontwikkelen, te renoveren, te herstellen tot een nieuwe en krachtigere versie van wat was. En ik, ik ervaar het gegeven dat soms ‘één plus één’ drie of vier of zelfs zeven kan zijn. In alle intimiteit laten mensen mij toe om deel te mogen zijn van die wonderbaarlijke optelsom. Dit is onmiskenbaar het allermooiste deel van mijn vak.

# 47

Vond je dit interessant? Geef je op om Updates te ontvangen van nieuwe berichten! Dat kun je doen door aan de linkerkant je emailadres en je naam in te vullen.

Maartje Goverde is bestuurder van  Stichting Uitblinkers, een stichting waar mensen met psychiatrische- en gedragsproblemen ondersteuning krijgen. En waar al volgens de principes van Interactiekracht gewerkt wordt. Als psychiatrisch verpleegkundige heeft zij de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ‘ingewikkeld gedrag’ beter te kunnen helpen. Dit is ook waarom Stichting Uitblinkers is opgericht. Ze hoopt zo bij te kunnen dragen aan het versnellen van een evolutie die al gaande is. Een evolutie naar een nieuwe GGZ en liefst ook een nieuwe maatschappij waarin iedereen mee kan doen.  Het boek ‘Interactiekracht’ komt in 2017 uit. In de loop van 2018 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook zorgprofessionals en managers. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde), twitter (@UitblinkersNL), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

 

 

Reageren