Updates

Een typisch voorbeeld

‘Ach, deze vrouw gedraagt zich wat typisch,’ zei de collega van de andere organisatie, vlak voordat de vrouw me overgedragen werd, ‘maar het ondersteunt haar enorm om haar te laten ventileren. Ik nam haar om de week mee naar het tuincentrum, en de andere week bellen we zodat ze kan spuien; dat helpt al enorm’.

Gebaseerd op het dossier was het inderdaad geen ingewikkelde hulpvraag; iemand met een ietwat laag IQ, een verleden van het formaat ‘grote beerput’, en een paar flinke life-events kort achter elkaar. Ventileren en overeind houden leek een goede insteek.

Natuurlijk – natuurlijk! – was de vrouw in het echte leven niet te vergelijken met haar dossier. Behalve dat ze inderdaad een beetje typisch was; ze ijsbeerde heen en weer door de spreekkamer terwijl ze met een soort verbale incontinentie over haar eigen woorden struikelde. Er was zo op het oog – of oor – niet een heel duidelijk touw aan vast te knopen. Mijn collega draaide een beetje met haar ogen en haalde haar schouders op; een duidelijk een signaal van: ‘Dit is waar we het mee moeten doen’. En mijn collega kon het weten, want ze begeleidde de vrouw al een jaar of vijf.

De week erop belde ik aan, mijn tuincentrum-plan in de aanslag. De deur ging open en nog voor ik opkeek was de vrouw mompelend weer naar binnen gestommeld, waar ze van hot naar her liep, ondanks de beperkte ruimte en zonder duidelijk doel of eindpunt. ‘Zullen we gaan?’ vroeg ik, maar kreeg geen antwoord. Het huisje was klein en donker en er hing een beladen sfeer. In de hoek van de bank zat een schaduw weggezakt; een neef van wie ik later begreep dat hij – naast tal van andere problemen – beginnend dementerend was. Vanachter de keukendeur klonk een hard geblaf, in het tuintje zag ik een klein kind in een luierbroekje rondscharrelen. ‘Sssst, zachtjes doen!’ fluisterde de schaduw ineens fel. Het bleek dat de broer van de vrouw boven nog lag te slapen, ondanks dat het al bijna drie uur was. Het kind begon ineens te krijsen. Ik keek naar de vrouw. Er was in haar onverstoorbare woordenstroom en ronddwalen werkelijk niets dat er op wees dat ze van plan was naar een tuincentrum te gaan. Ik liet het plan maar varen. ‘Zullen we gewoon maar een kop thee drinken en elkaar een beetje leren kennen?’ vroeg ik, ‘want ik weet helemaal niet zo goed wie jij eigenlijk bent, en jij kent mij ook nog niet.’ Zonder te bevestigen liep de vrouw al pratend naar de keuken om de waterkoker aan te zetten. Ik begon wat overprikkeld te raken, terwijl ik tussen het geratel van de vrouw en het geblaf van de hond door pogingen deed om haar verhaal helder te krijgen. We gingen in een hoek van de kamer zitten – ‘Willem mag alles horen; ik heb geen geheimen voor hem’, zei de vrouw over de schaduw in de andere hoek. Ik besloot me maar even niet te druk te maken over of dit privacy-technisch wel verantwoord was. Ze begon weer te vertellen. Langzaamaan werd me duidelijk dat er best een lijn in haar verhaal zat. Een lijn over verlies en verdriet; over allerlei heftige situaties – mishandeld, belogen en bedrogen was de vrouw – en over de zorgen die ze had, en de enorme verantwoordelijkheid die ze voelde. Terwijl ik me steeds meer begon te realiseren dat een tuincentrum echt he-le-maal niks op ging lossen, ging de bel. Een kordate hulpverleenster kwam de kamer ingewalst, nam alle ruimte en aandacht over en smeet wat bevel-achtige vragen in het rond. Het bleek de begeleidster van Willem-de-zorgmijdende-schaduw te zijn, en omdat Willems enige vindplaats de bank van de vrouw was, besloot de hulpverlening hem steeds daar op te zoeken, ogenschijnlijk blind voor het gegeven dat de vrouw van wie het huis daadwerkelijk was, daar mogelijk niet op zat te wachten. ‘Je kunt ze niet wegsturen hè,’ legde de vrouw later uit, want dan bied je weerstand en dan luisteren ze zéker niet meer.’ Het klonk realistisch.

Met de komst van zijn begeleiding dook de schaduw wat verder in zijn bank, terwijl de vrouw probeerde antwoord op haar vragen te krijgen van de hulpverleenster, en de hulpverleenster op haar beurt vooral bezig was met haar eigen ideeën te ventileren over wat er nodig was. De vrouw kreeg te horen dat ze vooral geduld, begrip en vertrouwen moest hebben, omdat de hulpverlening echt heel hard z’n best deed. Als een wervelwind verdween de professional weer naar buiten. De chaos was eigenlijk nog groter dan voordat ze binnenstormde. Ik keek naar de vrouw, die wanhopig in de rondte praatte. ‘Hoe kan het dat jij nog overeind staat?’ vroeg ik me hardop af, ‘Want ik weet niet of ik het je na zou kunnen doen’. Voor het eerst sinds onze ontmoeting keek de vrouw me recht in mijn ogen aan, haar blik alert en kordaat. ‘Wij gaan elkaar vaker zien’, zei ze – om vervolgens weer weg te zakken in een waterval van woorden.

Ik had wel wat gehoord over een neef, een broer, een kind, en nog andere figuranten in haar leven, maar niet dat het huis van de vrouw was overgenomen door de hele familie, de halve wijk – ze bleek te mantelzorgen voor zo’n beetje iedereen die haar pad kruiste – en een kwart van de betrokken hulpverleners. Correctie: van de ingezette hulpverleners. Want: ‘Betrokken; zo ervaar ik ze niet hoor’, zei de vrouw later vaak. ‘Betrokken zijn is iets heel anders dan aanwezig zijn.’ Een waarheid als een koe.

Langzaamaan begon het kwartje bij me te vallen: deze vrouw was niet ’een beetje typisch’ maar volkomen overvraagd, leeggezogen en chronisch in paniek. Het ratelen is geen verwarring, maar een vastberaden poging om haar verhaal te blijven doen, ondanks alle dovemansoren, net zo lang tot ze iemand tegenkomt die de moeite neemt om daadwerkelijk te luisteren. Deze vrouw had geen tuincentrum nodig, maar ondersteuning bij het terugzoeken van haar eigen leven en het stellen van grenzen.

Twee jaar later zijn we precies één keer naar het tuincentrum geweest; dat plan is dus ‘mislukt’. Wel heeft de vrouw haar huis terug, evenals de regie over haar eigen leven, en maakt ze plannen voor de toekomst. Nu ik haar echt goed heb leren kennen zie ik pas echt hoe bijzonder ze is. Ondanks haar heftige verleden – inclusief verslaafde familieleden – en haar veel te gulle aard, haar ‘beperkte IQ’, haar gebrek aan opleiding en met alleen een kleine uitkering, is het haar gelukt uit de schulden te blijven. En ondanks haar trauma’s, haar heftige familie en het feit dat ze haar grenzen totaal is verloren, is het haar gelukt een warm thuis te creëren voor de mensen om haar heen, voor hen klaar te blijven staan, en als een oprecht, eerlijk en warm mens door het leven te gaan. Een vrouw met een goed hart en vol mogelijkheden. Toch werd ze me overgedragen als een verhaal vol beperkingen en weinig noodzaak tot investeren.

Typisch.

Ik vraag me soms af: ‘Laten ventileren’: betekent dat niet gewoon dat we eigenlijk niet de moeite willen nemen om ècht naar iemand te luisteren? En ik vraag me ook af hoeveel kans je eigenlijk hebt op een hoge IQ-score met slechts 6 jaar basisonderwijs en een verleden met aaneenschakelingen van trauma’s? Want wat mij betreft is deze vrouw redelijk geniaal.

Vond je dit interessant? Geef je op om Updates te ontvangen van nieuwe berichten! Dat kun je doen door aan de linkerkant je emailadres en je naam in te vullen.

Als psychiatrisch verpleegkundige heeft Maartje Goverde de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ingewikkeld gedrag effectiever te kunnen steunen op hun reis naar een schitterend leven. Inmiddels voert ze campagne voor een hoopvolle toekomst voor mensen die hun vertrouwen zijn verloren. Ze is bestuurder van Stichting Uitblinkers, welke is opgericht als onderdeel van haar expeditie naar een nieuwe GGZ en liefst ook een nieuwe maatschappij; eentje waarin iedereen meetelt. Het boek ‘Interactiekracht’ is in de maak. In de loop van 2019 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook professionals in de zorg, leidinggevenden en mantelzorgers. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde), twitter (@UitblinkersNL), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

2 reacties op Een typisch voorbeeld

  • Maryvon Lanting

    Wauw, Maartje, ik ben onder de indruk van hoe je beschrijft wat je doet. Dit is wat ik wil doen, tijd hebben om de mens achter “de diagnose” te leren kennen.
    Maryvon

Reageren