Updates

Even doen

Omdat onze afdeling voor jongeren met ingewikkeld gedrag zo’n unieke manier van werken had, werd er een symposium georganiseerd. Vanuit het hele land kwam men horen en zien hoe wij zorgden dat we naast onze jongeren gingen staan. Hoe we begrip hadden voor hun super ingewikkelde gedrag. Hoe dat gedrag ‘er mocht zijn’. In plaats van hen te straffen gingen we met ‘onze jongeren’ in gesprek. ‘Problematiseren’ was een veelgebruikte term waarmee we uitlegden dat we daadwerkelijk het gesprek met de jongeren voerden over waarom het gedrag problematisch was en hoe het anders kon. Creativiteit en flexibiliteit in onze benadering; wij deden dingen ànders, waardoor jongeren aan de ene kant minder werden afgerekend op hun gedrag, en er tegelijkertijd beter om leerden gaan met de oorzaken van het gedrag. Om onze werkwijze te demonstreren werden ook onze jongeren nauw betrokken bij het symposium, zoals ze bij veel dingen actief betrokken werden. Het was een succes.

En daar was Linda. Linda was een jongedame van 16 met erg ingewikkeld gedrag. Ze vond het heerlijk om overprikkeld te raken en als ze dat eenmaal was, dan deed ze de vreemdste dingen. Gevaarlijke dingen, ook. Zoals impulsief met onbekenden meegaan, vuurtjes stoken, experimenteren met van-alles-en-nog-wat. ‘Thrill-seeking behaviour’ noemen ze dat. Kicks zoeken. Aandacht zoeken. Dingen doen die spannend zijn. Linda nam deel aan het programma van het symposium en vond het zo leuk dat ze ook bij de borrel naderhand wilde blijven. Wat mocht, natuurlijk. De rest van de jongeren was al afgedropen. Laten we eerlijk zijn: zo’n netwerkborrel met voornamelijk psychiaters, psychologen en managers is nou niet direct een favoriete hangplek voor jongeren tussen de 12 en de 23 jaar. En bovendien: op de afdeling stond het eten klaar. Maar Linda bleef. Eerst verlegen; angstig zelfs, hing ze aan de arm van de twee begeleiders die waren gebleven. Maar de kick van de spanning liet niet lang op zich wachten. Linda haakte zich los van de begeleiding en struinde de zaal in. Ze bewoog zich een paar rondjes door de zaal, waarbij ze af en toe bij een troepje hoogopgeleiden ging staan en met een ernstig gezicht meeknikte in het gesprek. Waar ze ongetwijfeld niet zo heel veel van begreep. Maar ze leek volkomen op haar gemak. In eerste instantie vond de zaal het wel leuk; zo’n jongere die daar zomaar vrij rond liep. Er werd vriendelijk, meewarig soms zelfs, geglimlacht en geknikt. Blikken die zeiden ‘daar is er zo één’, bijna trots op de herkenning. Toen Linda spontaan aanhaakte bij gesprekken, werden de blikken wat ongemakkelijker. Wij als begeleiders probeerden aan Linda uit te leggen welke gevolgen haar gedrag had. We maanden haar om mee terug te gaan naar de afdeling. Wat maakte dat Linda nog harder van mening was dat ze op dit moment precies in deze zaal wilde zijn. Geen haar op haar hoofd die dacht aan mee terug te gaan. We pakten haar directief bij een arm, maar ze rukte zich los en riep heel hard: ‘Auw, jullie doen me pijn!’. Ze begon er zowaar lol in te krijgen. Als ze een stukje liep, ging dat gepaard met een kleine pirouette. Of ze dook giechelend omlaag om zich te verschuilen achten een bosje psychiaters. Af en toe klonk er een schrille gil uit de zaal. Wij begeleiders probeerden vat op Linda te krijgen, maar omdat dat averechts werkte lieten we haar even voor wat ze was, terwijl we probeerden iets creatiefs te bedenken om haar mee te lokken. ‘Creativiteit’ klinkt natuurlijk heel mooi, maar is niet altijd zomaar even paraat. De druk van de ongemakkelijke bobo’s hielp zeker niet mee. Ineens zagen we mensen in de verte uit elkaar wijken en naar beneden kijken. Linda had zich op de grond laten vallen. Dat deed ze namelijk weleens. Het zag er dramatisch uit, zo’n val, maar stelde niet zo veel voor. Ze was goed getraind en wist precies zo te vallen dat het leek alsof ze met een enge ziekte in elkaar stortte, terwijl ze zich eigenlijk volkomen pijnloos op de grond liet glijden. Het was bijna bewonderingswaardig. Als het niet zo onaangepast en ongemakkelijk voelde. Alle ogen in de zaal richtten zich op ons terwijl we naar Linda liepen en haar van de grond probeerden te rapen. Maar Linda ging niet akkoord. Natuurlijk niet. ‘Auw! Auw!’, riep ze hard en met een boosaardig lachje dat alleen een goed getraind oog kon zien. Ze perste een paar tranen haar ogen in. Mensen in de zaal begonnen te fluisteren. De woorden waren onduidelijk; de afkeuring was dat niet.  We probeerden de methode ‘negeren waar ze bij staat’ en begonnen een gesprekje met mensen in de buurt. Totaal ongewenst deed men uit beleefdheid mee, terwijl hun ogen steeds achter ons keken, naar Linda. Die opstond (hoera!! gelukt!!), de zaal rondliep en zich voor een tweede keer op de grond liet zakken. Toch niet gelukt. Ondertussen kwam onze psychiater ons aansturen: ‘Neem Linda eens even mee! Dit kan zo echt niet hoor!’. We keken elkaar aan. Serieus? Wat dachten ze dat we probeerden te doen?

Gedrag dat er ‘mag zijn’. Niet afwijzen of straffen. Creativiteit. Flexibiliteit. Problematiseren. Het klinkt allemaal prachtig vanaf een afstand, toekijkend op een werkvloer ploetert om met bijzonder ingewikkeld gedrag om te gaan. Het is prachtig. Behalve, blijkbaar, als het gedrag en geploeter op je symposium in de weg staat tijdens je netwerkborrel vol met ‘begripvolle’ behandelcoördinatoren en managers. Stiekem vond ik het wel leuk. ‘Zo werkt het dus met onze doelgroep, mensen’ dacht ik bij mezelf. ‘Van een afstand is alles makkelijker dan van dichtbij.’ Stiekem was ik ook sowieso al een fan van Linda, ondanks alle ongemakkelijkheid die met haar gepaard ging. Haar creativiteit ging de onze vaak ver te boven.

Uiteindelijk kregen we Linda wel mee. We besloten haar te motiveren door zelf te vertrekken. Want, zo bedachten we ons ineens, Linda was eigenlijk veel te angstig om in haar eentje in zo’n zaal achter te blijven. Om haar duidelijk te maken wat we deden, gingen we vlak bij haar staan en zeiden tegen elkaar: ‘Zo; ik heb het wel gezien. Ik ga terug naar de afdeling.’. Heel luid. En heel duidelijk. Linda kon er niet omheen. De omstanders ook niet. Ogen vol ongeloof staarden ons na terwijl we naar de uitgang paradeerden, Linda achterlatend op de vloer. Nog voor we bij de voordeur waren, werden we allebei bij een arm gegrepen en kwam Linda tussen ons in hangen. ‘Ik vind het niet meer leuk, ik ga ook terug’, zei ze zachtjes. ‘Heel verstandig dan’, zei ik. En in stilte: ‘Wat ben je toch een schatje.’

Omgaan met ingewikkeld gedrag is zo simpel nog niet.

# 48

Vond je dit interessant? Geef je op om Updates te ontvangen van nieuwe berichten! Dat kun je doen door aan de linkerkant je emailadres en je naam in te vullen.

Maartje Goverde is bestuurder van  Stichting Uitblinkers, een stichting waar mensen met psychiatrische- en gedragsproblemen ondersteuning krijgen. En waar al volgens de principes van Interactiekracht gewerkt wordt. Als psychiatrisch verpleegkundige heeft zij de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ‘ingewikkeld gedrag’ beter te kunnen helpen. Dit is ook waarom Stichting Uitblinkers is opgericht. Ze hoopt zo bij te kunnen dragen aan het versnellen van een evolutie die al gaande is. Een evolutie naar een nieuwe GGZ en liefst ook een nieuwe maatschappij waarin iedereen mee kan doen.  Het boek ‘Interactiekracht’ komt in 2017 uit. In de loop van 2018 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook zorgprofessionals en managers. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde), twitter (@UitblinkersNL), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

Reageren