Updates

Gemiste plank

Voordat ik van wal steek moet ik even wat kwijt. Zodat alles in perspectief blijft. En iedereen snapt dat het niet rottig bedoeld is, want: Ik ben alleen maar lieve mensen tegen gekomen bij de gemeenten. Inmiddels heb ik aardig wat contact met medewerkers van verschillende gemeenten; zowel de mensen in de frontlinie van de WMO en Jeugdwet (de sociale teams) als degenen die van afstand de boel in zo goed mogelijke banen proberen te leiden (de backoffice-en). En ze zijn allemaal even lief. Echt waar. Of het gaat om engelengeduld bij administratieve rompslomp, nadenken over manieren om de regels passend te maken voor een ander – in plaats van andersom – of gewoon ouderwets samen sparren over wat nu, in deze specifieke situatie, de allerbeste oplossing zou zijn. Ze doen het allemaal. Ze zijn geweldig. Echt waar. Met sommige mensen is er zelfs een soort vriendschappelijk gevoel ontstaan. Wetende dat we in hetzelfde schuitje en met dezelfde pionierszin ons een weg aan het banen zijn naar een nieuwe manier van hulpverlening. Een weg die zowel ondanks (kanteldenkers zijn echt nog niet massaal aanwezig!) als dankzij (wat gaat er overstijgend nog een hoop mis!) de transitie van 2015 een lange weg blijkt te zijn. Ik vind ze echt stuk voor stuk fantastisch. Dat maakt wat ik nu op ga schrijven ook zo ontzettend schrijnend voelt.

Eén van de regio’s waar we een contract mee hebben, heeft besloten per afgelopen januari met zorgpakketten te gaan werken. Niks geen uurtje-factuurtje meer. Voor een bepaald aantal uur begeleiding op de beschikking krijg je per vaste periode een vast bedrag betaald en klaar is Kees. Als je flexibele zorg wil bieden, met piek- en dal momenten, dan is dat prima maar zie maar dat je het als aanbieder regelt. Nou, daar heb ik op zich echt he-le-maal niks op tegen. Kaders kunnen een houvast zijn. Het is alleen wel even zoeken hoe we dit met elkaar dan in praktijk dienen te brengen, bleek.

Sander diende zich aan. Sander is een jongeman die om hulp verlegen zat en die hulp van ons wilde. Toevallig hadden we nog plek ook, en met de daadkracht van een lieve en begripvolle sociaal-teammedewerkster was het in een poep en een scheet allemaal geregeld. Sander met ons aan de bak, de sociaal-teammedewerkster in vliegende vaart op naar de volgende hulpbehoevende. En zo was alles zo even goed geregeld. Dachten we.

Tot ik de declaratie in moest dienen; hoe moest dat eigenlijk? Want Sander was na het begin van de periode met zijn hulpvraag bij ons gekomen. En het vaste bedrag geldt voor de hele periode, niet voor een deel. Een periode heeft 4 weken in de gemeente waar Sander woont (gemeente X, noem ik haar maar even). 13 Periodes van 4 weken in een jaar; dat is 28 dagen per keer. En in totaal is dat bijna evenveel dagen als 12 maanden. Die 28 dagen; dat is lekker makkelijk rekenen, want alle periodes zijn dan precies even lang dus we hoeven ons nooit meer af te vragen of het wel eerlijk is dat we hetzelfde bedrag krijgen voor een maand van 30 als voor een maand van 31 dagen, of zelfs – horror! – een  maand van 28 dagen. Duidelijke kaders; ik hou daar wel van. Ik ben het braafste jongetje van de klas, zeg maar, dus vandaar ook dat ik dacht: ‘Hey, Sander is pas gestart op de 4e dag na de start van de periode… Wat is dan eigenlijk het bedrag dat je moet betalen? Hoe berekent de gemeente dat?’ Kordaat klom ik in de telefoon en belde met Tanja, medewerkster bij gemeente X. Tanja, uiterst behulpzaam, vertelde me op kordate toon dat ze het wel even zou regelen. Ze duldde geen vragen en twijfels; ik kon het allemaal aan Tanja overlaten verzekerde ze me. Ik moest gewoon het volledige bedrag declareren en dat was dat. Vreemd, maar okee, dan doen we het wel zo, dacht ik nog.

De volgende dag stond er een wat warrig klinkende medewerkster van het sociaal team op mijn voicemail, met een nog warriger verhaal over een beschikking van Sander die echt niet aangepast kon worden. Een telefoontje leerde me dat de medewerkster de opdracht had gekregen om de beschikking van Sander aan te passen.

‘Huh??’, was het meest intelligente dat in me opkwam.

Het zat zo: De gemeenten in de regio hadden afgesproken dat hulpontvangers alleen nog per eerste dag van de periode een beschikking konden krijgen.  –  ‘Huh??’ –  ‘Dus’ Sander zijn beschikking moest voor ons aangepast, had de gemeente laten weten. Alleen had Sander pas op de 4e dag hulp gekregen. Niet op de 1e. Dus de 1e dag was niet de goede datum. Het duurde even voordat ik snapte dat de sociaal-teammedewerkster helemaal niet bezig moest zijn met dit verhaal. En het duurde even voordat de sociaal-teammedewerkster snapte dat ik helemaal niet de vraag had gesteld om de beschikking aan te passen. Terug naar de gemeente, dus.

Bij de gemeente vertelde Tanja me opgewekt dat besloten was om beschikkingen alleen nog op de eerste dag van de periode in te laten gaan. Dat was zo afgesproken omdat de software van verschillende zorgaanbieders het niet geregeld kreeg om de vaste bedragen om te rekenen naar verhouding van het aantal dagen. Of in ieder geval het niet geregeld kreeg om deelbedragen in te dienen bij een declaratie. Als de software van de zorgaanbieder het niet aan kan, dan kunnen de gemeenten dus hun eigen regels wel aanpassen. Dat was in ieder geval de gedachte.

Het enige wat dan hoeft, is dat hulpontvangers nog maar eens in de 28 dagen met zorg kunnen starten.  – ‘Huh??’ – De sociale teams hadden de opdracht gekregen vanaf nu alle beschikkingen aan te passen. – ‘Huh??’ –   Dus daarmee was het allemaal goed geregeld, was het vrolijke antwoord.

Ik vertelde dat onze software het wel aan kon om de omrekening te doen en deelbedragen in te dienen. Mijn vraag was of dat kon en mocht. Ja, dat kon en mocht ook. Fijn juist, zei Tanja enthousiast. Ik voelde haar stralende glimlach door de telefoon heen. En vond het toch nodig om ook even uit te leggen dat deze constructie bijzonder schappelijk was naar de zorgaanbieders toe, maar dat het voor de werkvloer en vooral de hulpontvangers bijzonder onhandig uitpakte. Weg maatwerk. De glimlach verdween; het was bijna hoorbaar. Er was ook niets meer te zeggen, eigenlijk.

Ik heb de sociaal-teammedewerkster nog ingelicht dat sommige aanbieders wèl op alle dagen met zorg kunnen starten. En ik heb netjes het deelbedrag ingediend bij Gemeente X. Drie weken later kregen we het volledige periodebedrag gestort. Meer dan we hadden gevraagd.

Hulpontvangers die zich massaal aan moeten passen aan de software van sommige zorgaanbieders. Hoe lief bedoeld ook, er is een plank flink misgeslagen.

# 41

 

Vond je dit interessant? Geef je op om Updates te ontvangen van nieuwe berichten! Dat kun je doen door aan de linkerkant je emailadres en je naam in te vullen.

Maartje Goverde is bestuurder van  Stichting Uitblinkers, een stichting waar mensen met psychiatrische- en gedragsproblemen ondersteuning krijgen. En waar al volgens de principes van Interactiekracht gewerkt wordt. Als psychiatrisch verpleegkundige heeft zij de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ‘ingewikkeld gedrag’ beter te kunnen helpen. Dit is ook waarom Stichting Uitblinkers is opgericht. Het boek ‘Interactiekracht’ komt in 2017 uit. In de loop van 2018 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook zorgprofessionals en managers. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde), twitter (@UitblinkersNL), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

 

Reageren