Updates

#rugdekkingzorg

De afgelopen weken was ik door omstandigheden teruggetrokken in mijn eigen kleine universum, maar nu ik mijn hoofd weer boven water steek, dringt de noodtoestand van de Nederlandse zorg zich aan me op. Fysiotherapeuten die volkomen vastlopen met de zorgverzekeraars, ziekenhuizen die zo abrupt zijn opgeven dat er een website nodig is voor patiënten om hun arts uit het Slotervaart terug te kunnen vinden, huisartsen die zo klem komen te zitten in de financiële wurgconstructen, dat er teams worden opgetuigd om te ondersteunen bij omgaan met de contracteringen, terwijl gemeenten financieel volkomen uitgeput raken door de snel stijgende tekorten in de jeugdzorg. Er is dan wel een noodpot opgetuigd om de gemeenten overeind te houden, maar ondertussen neemt de landelijke overheid de tijd om eens rustig het huidige beleid voort te zetten met een treurig traag bureaucratisch proces onder het mom van ‘onderzoek’. Alsof we niet in 2014 al wisten dat de hele transitie van de jeugdzorg gedoemd was te mislukken, als we goed keken naar de lessen in Denemarken die door ons kabinet op geen enkele manier vertaald werden naar ons eigen land. Kansloos, zeiden critici – en ze kregen gelijk. Ondanks de pleidooien van ons kabinet voor een terugtrekkende overheid en afname van bureaucratie door ‘regelarme zorg’, hebben zij voor zichzelf de luxe genomen om het ministerie van VWS met nog meer bureaucratie op te tuigen door een extra minister toe te voegen – sinds enige tijd hebben we een minister van ‘Medische Zorg en Sport’ (ik ben ongetwijfeld niet de enige die de tegenstrijdigheid ziet). En ondertussen raken de leiders in dit land zo van hun eigen achterban vervreemd, dat zelfs een burgemeester publiekelijk zijn lidmaatschap van een regeringspartij opzegt.

Alsof ik vanuit een soort winterslaap in een nachtmerrie wakker word, voel ik de urgentie; er moet iets gebeuren. En net als bijna iedereen voel ik de machteloosheid – de grootsheid van het probleem. Ik zoek iets en ik weet niet wat. Ons zorgstelsel is ziek. Onze professionals lopen weg of krijgen een burn out. We zitten met zijn allen gevangen in een systeem dat ten onder gaan. Gister is het preventieakkoord over overgewicht, alcohol en roken gesloten, en ik ben blij voor ze hoor, ‘tuurlijk. Die mensen doen ook maar hun best om er wat van te maken. Maar van binnen jank ik. Omdat ze daar vanaf hun roze wolk vrolijk een kopje water aan komen dragen terwijl het hele huis in lichterlaaie staat.

Ineens weet ik wat ik mis: Ballen. Daadkracht. Leiderschap. Je weet wel; die eigenschap waar managers en landsleiders zo van hopen dat we het op de werkvloer meer zullen laten zien.

Klaar nou, ministers en kabinet, met je huiliehuilie en je slappe ruggengraat en je geklets over hoe zorgelijk het allemaal is; over ouderen- en jeugdzorg voorop. Als iemand er wat aan kan doen dan ben je het zelf. Schaf die dividendsbelasting niet af, maar gooi ‘m omhoog en gebruik dat geld om structureel te investeren in fatsoenlijke zorg; steek die fondsen tegen rookverslaving eens in het aanpakken van kindermishandeling – dan weet je zeker dat de kosten aan gezondheidszorg (inclusief roken en alcohol) in de toekomst afnemen – en zorg dat de kinderen in ons land een gezondere toekomst hebben. Dat is ook in je eigenbelang, want de jeugd van nu zijn de zorgverleners van straks; als jij zelf hulpbehoevend bent. Het is tijd voor visie; voor een investering die ook daadwerkelijk iets oplevert op de lange termijn, en voor een duidelijke koers. Niet de ramkoers die we nu varen, maar een koers richting herstel van de gezondheid van de zorg, en dat kost een investering. Niet de verdeel-en-heers politiek over verschil tussen wel of niet gecontracteerde hulpverlening. De zorg heeft rust nodig. En een fiat van de overheid aan zorgprofessionals om hun werk te doen binnen duidelijke kaders – want ja, er is echt maar zoveel geld tot het op is – en dan ook gewoon hun werk doen zonder angstvallige overregulering van een overheid die zegt zich terug te willen trekken.

We hebben een kabinet nodig dat duidelijke prioriteiten stelt en daar voor durft te gaan staan. Niet meehuilen dat het allemaal zo erg is en vervolgens aankomen met een fondsje hier, of een noodpotje daar. Het is tijd voor ballen en ruggengraat. Het is tijd voor duidelijke keuzes en het is tijd, heel hoog tijd, om de professionals hun werk te laten doen en dit als overheid zo goedkoop mogelijk te faciliteren. Niet door de professionals uit te knijpen, maar door het systeem te versimpelen. En door te regeren vanuit vertrouwen in plaats vanuit angst.

Nou ben ik niet naïef. Geen politicus die dit gaat lezen, waarschijnlijk, en als het al wel zo zou zijn, dan gaan ze er nog niet naar luisteren. Dan denken ze ongetwijfeld dat ik degene ben die het verkeerd begrepen heeft. ‘Tuurlijk… Maar goed. We kunnen onze eigen ruggengraat rechten en onze eigen keuzes maken. Óók als dat betekent: onszelf omscholen en de zorg uit gaan. Er zijn grenzen aan wat we hoeven te verdragen. Wij zorgprofessionals mogen zuinig op onszelf zijn, te beginnen met goed voor onszelf te zorgen. Ik heb een laatste poging gedaan om nog mee te kunnen doen in de zorg, door een nieuwe organisatie op te richten. Als dat ooit niet meer zou werken, dan stop ik in de zorg. Die keuze geeft rust. Want ook nu al doe ik mijn werk met een dubbel gevoel. We zijn een kleine organisatie die begeleiding biedt via de WMO en jeugdzorg. We worden ingezet bij multiproblemhuishoudens, bij zeer ernstige problematiek. Ik ben blij dat we er zijn, omdat veel van de mensen die bij ons terecht komen al jaren in kringetjes draaien en nergens verder komen. Tegelijkertijd zouden deze mensen helemaal niet bij ons terecht horen te komen. Een hogere manager die ik laatst sprak reageerde zelfs geshockeerd: ‘Die doelgroep? Gewoon via de WMO?’ Ja, zou niet nodig moeten zijn, maar ja. Kan mij het schelen; iemand moet die handschoen toch oppakken. En we zijn met meer: professionals die hun rug rechten en gaan ‘doen wat nodig is’, ook als het niet binnen het systeem hoort. Als ik iets geleerd heb de afgelopen jaren is het dit: zorgprofessionals hebben rugdekking nodig. Krijgen we het niet van de overheid, dan moeten we het elkaar geven. Alleen dan krijgen we als kleine eenlingen de moed om op te staan en te doen wat nodig is. Datgene wat de overheid steeds roept als uitgangspunt te nemen, maar vervolgens probeert om met wortel en tak uit te roeien. Doen wat nodig is.

Ik hoop dat we een steeds grotere groep worden van mensen die gaan staan voor hun vak. Dat we elkaar zullen steunen, zelfs als dat betekent dat sommigen onder ons besluiten ermee te stoppen. Als wij niet goed meer voor elkaar zijn, wie dan nog wel? Laten we datgene doen wat nodig is; ieder voor zich maar vooral ook met z’n allen voor elkaar.

Ik geef jou rugdekking. Jij mij ook?

 

Vond je dit interessant? Geef je op om Updates te ontvangen van nieuwe berichten! Dat kun je doen door aan de linkerkant je emailadres en je naam in te vullen.

Als psychiatrisch verpleegkundige heeft Maartje Goverde de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ingewikkeld gedrag effectiever te kunnen steunen op hun reis naar een schitterend leven. Inmiddels voert ze campagne voor een hoopvolle toekomst voor mensen die hun vertrouwen zijn verloren. Ze is bestuurder van Stichting Uitblinkers, welke is opgericht als onderdeel van haar expeditie naar een nieuwe GGZ en liefst ook een nieuwe maatschappij; eentje waarin iedereen meetelt. Het boek ‘Interactiekracht’ is in de maak. In de loop van 2019 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook professionals in de zorg, leidinggevenden en mantelzorgers. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde), twitter (@UitblinkersNL), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

 

Reageren