Updates

Verhalen en oplossingen

Psychiatrie is een mooi vakgebied. En tegelijkertijd is het een hoop gedoe. ‘De gekte van de GGZ’, noem ik het in stilte. We kunnen veel – en we kunnen nog veel meer niet. We weten veel – en we weten nog veel meer niet. We regelen veel; veel meer dan nodig is – en tegelijkertijd regelen we vaak niet de dingen die we zouden moeten regelen. De dingen die voor de persoon in kwestie echt belangrijk zijn, bijvoorbeeld. Onvoorstelbaar, maar ik ken situaties waarin mensen die alles kwijt waren – inclusief ‘de weg’ – en die de opdracht kregen om zelf eerst ‘even’ een zorgverzekering te regelen, anders werd de zorg niet vergoed – en dus ook niet geboden. Die mensen kregen ook dat niet meer voor elkaar en kregen dus ook geen zorg. Serieus? We kunnen uren bezig zijn met onderzoeken en diagnosticeren en behandelingen uitstippelen en overleggen over alles-en-niks, maar we kunnen niet een paar uur vrij maken om iemand te helpen zijn zorg te verzekeren zodat hij ook geholpen kan worden. Serieus? Soms kunnen we dat niet, blijkbaar.

De (jeugd)GGZ maakt nog veel te vaak verhalen over mensen, over kinderen zelfs, gebaseerd op onmogelijkheden. Verhalen die de clou missen. Iedereen heeft zijn eigen verhaal, maar naar het verhaal van mensen-met-ingewikkeld-gedrag wordt lang niet altijd gevraagd. Het is ‘gewoon’ iemand met een ‘stoornis’. Hulpverleners breien er dan een prachtig verhaal omheen, van kenmerken en symptomen, van wetenschappelijke onderzoeken en van negatieve invloeden. Dat is een verhaal van de oppervlakte, de bovenlaag. Soms zijn behandelaren zo druk met hun eigen realiteit over een ander, dat ze vergeten te checken of die ander zelf überhaupt nog wel kan volgen waar het hele verhaal over gaat (realiteitscheck!: Als iemand een verhaal over zichzelf niet meer kan volgen, dan weet je zéker dat het verhaal onder de oppervlakte, op de onderlaag, niet klopt). Het lastige is: we hebben verhalen nodig. We moeten weten wat ‘het verhaal’ van iemand is, om te weten welke zorg we zouden kunnen bieden. We hebben een startpunt nodig, dus maakt ons hoofd een verhaal. Kunnen we niks aan doen. Welk verhaal we vertellen bepaalt ook nog eens waar we de oplossing zoeken. Dus kunnen we maar beter zorgen dat ons verhaal klopt. Maar…. wie bepaalt nu eigenlijk of het verhaal klopt? Da’s een lastige, want mensen bepalen dat natuurlijk gewoon zelf. En tegelijkertijd kun je daar niet op vertrouwen, want sommige mensen hebben niet voldoende zelfinzicht om een echt kloppend verhaal over zichzelf te kunnen vertellen. Ze steken hun kop in het zand, zitten in de ontkenning of in de weerstand.

FOUT!   FOUT!

Kijk: dit was dus ’gedoe’.  Zo’n bovenlaag-verhaal wat heel mooi en waar klinkt, maar wat alleen een hoop extra gedoe veroorzaakt. Natuurlijk bepaalt iemand altijd zelf of een verhaal over zijn leven klopt. Zelfs als de rest van de wereld het er niet mee eens is. Als we niet meer op mensen zelf vertrouwen, dan gaan we aan de haal met allerlei theorieën en methoden om een verhaal te maken over die persoon. Een verhaal dat steeds verder weg drijven van de persoon om wie het gaat. Iemand weet ALTIJD zelf wat zijn verhaal is; van binnen weet hij het. We kunnen de ander helpen er woorden aan te geven, zijn verhaal te nuanceren, accenten te (ver)leggen. Maar hij bepaalt altijd zelf wat er klopt en wat niet. Heel eng, voor ons hulpverleners, om zoveel macht bij de persoon zelf te leggen. Heel verfrissend, voor de persoon in kwestie, om eindelijk zelf het laatste woord te hebben in wie hij is.

Verhalen zijn ingewikkeld. De verhalen die we elkaar en onszelf vertellen kunnen tot mooie oplossingen leiden en tot een hele hoop onnodig gedoe of zelfs oorlogen veroorzaken. Ingewikkeld. Ik heb mijn werk gemaakt van onderscheid maken tussen de ‘kern’ en gedoe. De kern is dat waar het in essentie om draait. De persoon en wie hij is. Het probleem dat we willen oplossen. Het doel waar we naartoe willen. Dat is de kern; ‘gedoe’ dat is al het andere. Zoals mensen die niet-kloppende verhalen over een ander verspreiden. Zoals allerlei bijzaken waardoor het probleem groter lijkt dan het is (of andersom). Of de subdoelen die we stellen waardoor we vervolgens het hoofddoel niet meer zien. De kern en het gedoe uit elkaar halen is belangrijk. Want als we ons richten op de kern dan komen mensen verder (dat is helpen). En als we ons richten op het gedoe dan komen we met elkaar juist geen steek verder. Dus ons verhaal moet in de kern kloppen. En dat is lastig. Zeker als het verhaal niet om een mens gaat, maar om een proces, bijvoorbeeld een ontwikkeling in een organisatie. Wie bepaalt dan dat het verhaal kopt? Wie bepaalt dan wat de kern van het verhaal moet zijn? Dat kan heel ingewikkeld zijn. En tegelijkertijd maakt de context helemaal niet zoveel uit.

Ik werk met mensen met ingewikkeld gedrag. Ik heb mezelf jarenlang getraind in het scheiden van de kern en gedoe. Ik heb er een methodiek voor ontwikkeld en ik ben er een boek over aan het schrijven. Ik kan er nog een heleboel woorden aan vuil maken, maar eigenlijk komt het op één ding neer: Wat wil je veranderen?

Als je weet waar je naar toe wilt, weet je ook waar je de oplossing moet gaan zoeken. Iemand die na een ongeluk niet zonder steun kan lopen, wat is zijn probleem? Dat weet je niet. Als hij zo snel mogelijk zelfstandig wil lopen, dan is zijn doel ‘lopen’. En zal hij zich gaan richten op veel oefenen met lopen, bijvoorbeeld door fysiotherapie. Maar als zijn doel is: ‘zo snel mogelijk naar buiten’; zelf weer in de zon kunnen zitten, dan zal hij liever zo snel mogelijk met zijn krukken of rollator naar buiten hobbelen om zo zijn doel te bereiken. Voor een goede oplossing moet je niet kijken naar de kern van je probleem, maar naar de kern van je doel. En zorg dat je het verhaal snapt, voordat je begint met veranderen.

# 44

Vond je dit interessant? Geef je op om Updates te ontvangen van nieuwe berichten! Dat kun je doen door aan de linkerkant je emailadres en je naam in te vullen.

Maartje Goverde is bestuurder van  Stichting Uitblinkers, een stichting waar mensen met psychiatrische- en gedragsproblemen ondersteuning krijgen. En waar al volgens de principes van Interactiekracht gewerkt wordt. Als psychiatrisch verpleegkundige heeft zij de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ‘ingewikkeld gedrag’ beter te kunnen helpen. Dit is ook waarom Stichting Uitblinkers is opgericht. Het boek ‘Interactiekracht’ komt in 2017 uit. In de loop van 2018 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook zorgprofessionals en managers. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde), twitter (@UitblinkersNL), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

 

Reageren