Updates

Zelfredzaamheid als doel

‘Zelfredzaamheid’ is een omstreden woord geworden. Sinds de transitie in 2015 – toen heel veel zorg van het rijk naar de gemeenten werd overgeheveld – zijn er continu signalen dat de hulpbehoevende burger overvraagd wordt. En terecht, blijkt ook uit een recent onderzoek naar de gevolgen van de transitie. Men is een beetje klaar met het zelfredzaamheidsverhaal; men heeft er last van en het legt alleen maar extra druk op de hulpbehoevenden.

Ik zie het in de dagelijkse praktijk ook gebeuren, dus ik snap ‘m helemaal.
En tegelijkertijd ben ik toch ook een groot voorstander van zelfredzaamheid. Ik hou van zelfredzaamheid; ik omarm het concept met liefde. Hoe zelfredzamer hoe liever, is mijn devies. Maar dan wel met een koude emmer realiteit over het romantische verhaal gegoten. Want er is wel een grote ‘MAAR!!’. En dat is dat we niet met z’n allen moeten denken dat mensen zelfredzaam zijn omdat ons dat nou even goed uitkomt. Ik zal het even uitleggen, mogelijk leest ooit een beleidsmaker dit en denkt: ‘aha, zo moeten we het dus regelen!’ En dan is-ie even heel geïnspireerd, en dan gaat-ie gemotiveerd aan de slag en duurt het uiteindelijk allemaal toch heel erg lang voordat het geregeld is, want zo eenvoudig is het allemaal niet.

Mensen zijn namelijk helemaal niet zo zelfredzaam, en als ze dat wel zijn, dan hebben ze al hun eigen kracht al opgebruikt tegen de tijd dat ze om hulp komen vragen. Want mensen willen eigenlijk liever helemaal geen hulp. Ik weet niet wie ooit verzonnen heeft dat mensen hulp vragen als ze het niet nodig hebben, maar dat is dus echt een fabel. Hooguit lijkt het wel soms zo, maar dat is alleen maar schijn (dit is een onderwerp voor een hele nieuwe blog). Maar goed, terug op koers: wat is zelfredzaamheid eigenlijk? Nou, dat je jezelf dus kunt redden. Dat is het eigenlijk. Soms lukt dat niet omdat je lijf niet mee wilt. Omdat je bij gebrek aan benen in een rolstoel zit, en niet bij de bovenste plank in de supermarkt kunt, bijvoorbeeld. En benen krijg je niet zomaar ineens aangegroeid, hoe zelfredzaam je ook wilt zijn. En soms lukt het niet zelf omdat je overvraagd wordt, of psychisch uit balans bent geraakt, of in een sociaal isolement bent gekomen. Dingen die makkelijker op te lossen zijn dan nieuwe benen aan laten groeien – zeker waar – maar nog steeds dingen waar je ook niet zomaar vanaf komt. En die ook niet zomaar ontstaan zijn. Dat vergeten beleidsmakers soms. ‘Oh, is die mevrouw eenzaam? Nou dan regelen we dat ze naar de kaartclub kan, of naar een breiclub’,  hoor je ze bijna denken. En dan staan ze er niet bij stil dat die mevrouw helemaal niet van breien houdt, en al zeker niet van kaarten, en dat je iemand in een mensenmassa neer kunt zetten, maar dat dat het gevoel van eenzaamheid ook niet persé oplost – en soms zelfs versterkt.

Toch ben ik een grote fan van zelfredzaamheid.

Alleen niet als middel, zoals het nu door beleidsmakers vaak ingezet wordt, maar als doel. Mensen kunnen altijd zelfredzamer worden dan ze nu zijn (tenzij ze op  hun sterfbed liggen). Ik ben een groot fan van mensen helpen om meer aan te kunnen, steviger te worden, voor zichzelf op te komen, makkelijker met anderen om te kunnen gaan. Zelfredzaamheid zit vooral in de interactie: keuzes kunnen maken, grenzen kunnen bewaken, kunnen communiceren, een balans kunnen vinden tussen geven en nemen, een gevoel van eigenwaarde en acceptatie van jezelf (her)vinden. Dat soort dingen. Zodat je zelf in kunt schatten wanneer je hulp nodig hebt, weet waar je die kunt halen, er daadwerkelijk om durft te vragen en er ook de woorden voor kunt vinden. Want zeg nou zelf: hoe kun je om hulp vragen als je de woorden niet weet, of in elkaar zakt van schaamte bij de gedachte dat je een ander moet vertellen dat je iets niet kunt? En hoe kun je verwachten dat familie of buren bij zullen springen als de balans tussen geven en nemen helemaal weg is gevallen? Want hoe ziek of beperkt je ook bent, je hebt ook altijd wat te geven, en ook dat weet lang niet iedereen van zichzelf.

Als je je burgers zelfredzamer wilt maken, dan moet je investeren in hun ontwikkeling. Dat kost tijd, en energie, en heel vaak ook professionals.

De overheden zouden er verstandig aan doen om te investeren in professionals die snappen dat de burger kan groeien, hoe vast-ie nu ook zit. Want op dit moment wordt er in de hulpverlening nog bedroevend vaak blind gestaard op ‘beperkingen’, in plaats van te kijken naar waar de echte groeimogelijkheden liggen. Daar ligt de werkelijke winst: het herkennen van mogelijkheden die aan de oppervlakte lang niet altijd zichtbaar zijn.

 

 

Vond je dit interessant? Geef je op om Updates te ontvangen van nieuwe berichten! Dat kun je doen door aan de linkerkant je emailadres en je naam in te vullen.

Als psychiatrisch verpleegkundige heeft Maartje Goverde de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ingewikkeld gedrag effectiever te kunnen steunen op hun reis naar een schitterend leven. Inmiddels voert ze campagne voor een hoopvolle toekomst voor mensen die hun vertrouwen zijn verloren. Ze is bestuurder van Stichting Uitblinkers, welke is opgericht als onderdeel van haar expeditie naar een nieuwe GGZ en liefst ook een nieuwe maatschappij; eentje waarin iedereen meetelt. Het boek ‘Interactiekracht’ is in de maak. In de loop van 2019 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook professionals in de zorg, leidinggevenden en mantelzorgers. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde), twitter (@UitblinkersNL), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

 

 

Reageren