Updates

Zorg-oerwoud

Gemeenten zijn zoekend naar manieren om de kosten in de WMO en Jeugdwet te drukken. En logisch want één van hun opdrachten was een behoorlijke bezuiniging. Nou is het voor gemeenten natuurlijk niet eenvoudig om te bepalen waarop bezuinigd kan worden. Dat heeft, wat mij betreft, drie redenen:

  1. gemeenten hebben onvoldoende kennis van de zorg om echt te snappen waar het over gaat
  2. mensen verwoorden niet altijd helder waarom ze wel of niet zorg nodig hebben, met een verkeerd beeld tot gevolg
  3. hulpverleners gaan op hele verschillende manieren om met hulpvragen

Zie die drie dingen maar eens goed bij elkaar te krijgen. In de regio’s waar we werken is ons werk – begeleiding – grofweg verdeeld in twee categorieën: ‘Basis Begeleiding’ en ‘Specialistische Begeleiding’. Basis Begeleiding is dan de gewone begeleiding die mensen nodig hebben om een taak te volbrengen en bij Specialistische Begeleiding hebben mensen meer specifieke ondersteuning nodig om diezelfde taak te volbrengen. Wat precies het verschil is, daar is inmiddels een hele discussie over gaande. Logisch, want Basis Begeleiding is, uiteraard,  goedkoper dan Specialistische Begeleiding. Vanzelfsprekend vinden gemeenten al heel snel dat er volstaan kan worden met Basis Begeleiding en vinden zorgorganisaties juist veel sneller dat het nodig is om Specialistisch in te zetten. De zorg blijft toch ook een beetje een centenkwestie, blijkbaar. Helaas, ook. En zoals overal geldt ook hier het feit: de betaler bepaalt. Dus uiteindelijk heeft de gemeente het laatste woord. Tenzij alle zorgaanbieders zich verenigen en weigeren nog langer zorg te bieden onder bepaalde omstandigheden. Maar dat zie ik nog niet gebeuren, voorlopig, want zo slecht zijn de omstandigheden nu blijkbaar echt nog niet. En vooral: zorgaanbieders zijn elkaars concurrenten en er heerst dan ook een vaak wat ongezonde onderhuidse strijd om te laten zien ‘dat wij echt heel erg goed (zo niet, dan toch de beste) zijn’ en om te groeien en winst te maken. Door concurrentie is er een mooi ‘verdeel-en-heers’ mechanisme ontstaan, waarbij de geldverstrekkers onbedoeld de heersers zijn, ongeacht of ze inhoudelijk kunnen volgen waar het echt over gaat.  Of misschien was dat altijd al de onderliggende bedoeling van de regering toen ze voor marktwerking in de zorg gingen. Wetende dat echte marktwerking in ons zorgsysteem helemaal niet werkt, maar dat het wel zorgt voor een verdeeldheid tussen zorgaanbieders waardoor die zich zeker niet meer zullen verenigen. Maar misschien ben ik nu te cynisch.

Hoe dan ook: In de dagelijkse praktijk is er een groep mensen die door het getouwtrek over ‘Basis’ of ‘Specialistisch’ niet verder zullen komen. Het gaat om de mensen waar van alles speelt, maar die niet instabiel genoeg zijn om als Ernstig Psychiatrische Patiënt’ bestempeld te worden. Mensen die hulpverleningsmoe zijn, soms zelfs zorgwekkende zorgmijders, maar toch de deuren van hun huis en hun ziel op een klein kiertje laten staan. Omdat ze toch tegen een aantal dingen aanlopen, meestal praktische zaken, waarmee ze gedoe in hun leven krijgen. Omdat ze dingen niet geregeld krijgen. Omdat ze maar niet verder komen in hun leven. Omdat hun familie/ buren/ woningbouwvereniging maar blijven zeuren. ‘Kom maar langs en bewijs maar of je me vooruit kunt helpen, als je durft’ lijken ze te willen zeggen. In de onderliggend hoop dat er nu wel een keer door hun afwijzende bovenlaag heen geprikt zal worden. Zodat ze daadwerkelijk verder komen. Dit zijn de mensen die tussen wal en het schip vallen. Dit zijn de mensen die weggezet worden als: als je ze een beetje begeleiding geeft, dan blijven ze wel stabiel. Niks aan het handje.

Behalve dan dat deze mensen niet stabiel willen zijn; ze willen vooruit. Groeien. En ze willen geen eeuwen hulpverlening meer. Weer zo’n hulpverlener die elke week de administratie – jouw eigen, persoonlijke privéadministratie – wil komen doen. Of je week-in-week uit wil ‘helpen’ door je in een vaste weekstructuur te duwen. Ze willen het niet; het sluit niet aan bij waar ze naar toe willen en ze haken af. Om steeds verder af te glijden en uiteindelijk alsnog specialistische zorg nodig te hebben. En zelfs als ze niet afhaken en de begeleiding blijven ondergaan, dan nog komt niemand er verder mee. ‘Ze blijven toch stabiel’ is de redenatie die ik weleens hoor. Ja, dat doen ze dan. Als je mazzel hebt. Maar met goede (ja, toch wel, specialistische) begeleiding kan iemand doorgroeien. Zelfredzaam worden, zoals zo hip gezegd wordt. Juist deze mensen kom ik in de praktijk vaak tegen. Bij organisaties voor  Specialistische Begeleiding komen ze niet; daar zijn ze ‘te goed’ voor. Bij organisaties voor Basis Begeleiding haken ze af of blijven veel langer hangen dan hoogst noodzakelijk en dat zonder überhaupt echt vooruit te komen. En het lastigste van alles: er is geen goede oplossing. Er zijn organisaties hier in de regio, zoals overal, die claimen Specialistische Begeleiding te bieden terwijl ze het niveau van Basis Begeleiding nog niet eens redden. Hoe moet een gemeente van buitenaf het verschil zien? Want op papier is het allemaal zo ongeveer hetzelfde. En zelfs hulpontvangers weten vaak het verschil niet goed, omdat ze het in de praktijk niet tegen zijn gekomen. Weten zij veel; ze worden door de verwijzer naar een organisatie verwezen. En hoe het daar dan gaat; zo zal het dan wel horen. ‘Ik wist niet dat begeleiding ook zo kon zijn; dat ze naar je luisteren, enzo…’, hoor ik weleens. Schrijnend, maar de realiteit.

In Regiogemeenten Regio Nijmegen hebben ze een ‘Meldpunt Signalen Zorg’ ingesteld waar iedereen die betrokken is bij de zorg, kan melden wat-ie denkt dat er misgaat bij een organisatie. Onheuse bejegening, misbruik van middelen, ronselen van ‘klanten’; alles kun je melden. Soms vind ik dat tricky: we zijn zelf weleens in een situatie beland dat een hulpontvanger vóór ons begon te ronselen. Eigenlijk heet dat mond-op-mond reclame, maar door de manier waarop, vermoed ik dat het betreffende wijkteam dacht dat wij daarin een grote rol speelden. Dat was niet zo; de hulpontvanger was gewoon bijzonder enthousiast over de zorg. Heel fijn, maar ook dat kan dus tegenwerken. Zo ingewikkeld en genuanceerd ligt de dagelijkse praktijk. Het is onvoorstelbaar moeilijk om in dit oerwoud van zorgaanbieders, hulpontvangers, hulpverleners en betalende instellingen een duidelijk verhaal op tafel te krijgen over wat er nu precies speelt daar ver weg in de praktische uitvoering van de zorg. Desondanks ben ik een groot voorstander van zo’n meldpunt. De gemeente gaat natuurlijk niet op één enkel signaal over tot diepgaande onderzoeken. Er zullen meerdere signalen zijn en er wordt een gedegen onderzoek ingezet om nauwkeurig uit te zoeken wat er gebeurt is. Ergens moet er toch geïnvesteerd worden om het kaf van het koren te scheiden; ik ben blij dat de gemeente daarin haar verantwoordelijkheden pakt.

Het probleem voor onze doelgroep, die meer nodig heeft dan Basis Begeleiding en niet instabiel genoeg is voor Specialistische Begeleiding, is er helaas niet mee opgelost. Ik kom mensen tegen die opgegeven zijn. Door zichzelf maar vooral ook door de hulpverlening. Waarover gezegd wordt: ‘Daar moet je niet eens meer aan willen beginnen’, of ‘Dat is trekken aan een dood paard; laat gaan die persoon’. Dat doet mij pijn. Zeker als ik zie dat deze zelfde opgegeven mensen binnen een paar jaar volkomen zelfredzaam en met hun leven op de rit afscheid nemen van alle hulpverlening. Omdat ze het wel konden. Er wordt nog veel te vaak gekeken naar hoe het er nu aan de bovenlaag uit ziet, en veel te weinig naar de potentie die onder de oppervlakte sluimert; fluistert; soms ook schreeuwt! om tot volle bloei te mogen komen.  Die potentie waar, door het oerwoud van diagnoses en aanwijsbaar (in)stabiel gedrag, geen enkele aandacht meer voor is in onze overgeprotocolliseerde zorg. Hoe kunnen we verwachten dat ambtenaren het verschil tussen beperkingen en mogelijkheden kunnen zien, als wij het als professionals onderling nog niet eens voor elkaar krijgen? ‘Het heden’ en ‘in potentie’ zijn twee hele verschillende dingen.

Mijn allergrootste droom is dat ik mee mag helpen om duidelijk te maken voor de hele wereld hoe je effectieve begeleiding kunt herkennen. Zodat zoveel mogelijk mensen ermee geholpen kunnen worden. Ik weet dat het kan. Ik herken de potentie, zelfs in het oerwoud die onze zorg vaak is. En als ik het kan, kan iedereen het. In potentie.

# 45

Vond je dit interessant? Geef je op om Updates te ontvangen van nieuwe berichten! Dat kun je doen door aan de linkerkant je emailadres en je naam in te vullen.

Maartje Goverde is bestuurder van  Stichting Uitblinkers, een stichting waar mensen met psychiatrische- en gedragsproblemen ondersteuning krijgen. En waar al volgens de principes van Interactiekracht gewerkt wordt. Als psychiatrisch verpleegkundige heeft zij de methode Interactiekracht ontwikkeld om mensen met ‘ingewikkeld gedrag’ beter te kunnen helpen. Dit is ook waarom Stichting Uitblinkers is opgericht. Het boek ‘Interactiekracht’ komt in 2017 uit. In de loop van 2018 zal gestart worden met scholing en training van hulpverleners. Daarnaast coacht Maartje vanuit Interactiekracht ook zorgprofessionals en managers. Maartje is te volgen via LinkedIn (Maartje Goverde), twitter (@UitblinkersNL), facebook (Interactiekracht) en via deze blog.

Reageren